Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goederenvervoer eene nieuwe lijn direct van Tandjong Priok naar Buitenzorg aan te leggen, waarnaast dan de bestaande lyn hoofdzakelijk voor het personenvervoer zoude blyven dienen. — Van andere zijde echter werd het scheppen van zulk eene concurrerende lijn, na de aan de Indische Spoorweg-maatschappy' voor het traject Batavia—Buitenzorg gegeven concessie minder loyaal, en dus reeds om die reden verwerpelijk geacht. Bovendien achtte men juist in het vervoer tusschen Batavia en Buitenzorg de grootste voordeelen en zou het, voor eene lyn Tandjong Priok—Buitenzorg benoodigde kapitaal weinig productief besteed blijken. Te verwachten is het dat zoowel export als import toch grootendeels over Batavia, waar de kantoren en pakhuizen zich bevinden, zoude blijven gaan.

H. Afgescheiden van het vorenstaande deed nog het bedrag van de voorgestelde koopsom bedenkingen rijzen.

Men vond het vreemd dat de voorgestelde koopsom nu een millioen hooger is dan in 1877, terwyl eene voorname reden, toenmaals ten betooge van de wenschelykheid der overname aangevoerd, grootendeels hare kracht heeft verloren. Afvoer van materialen naar de haven van Tandjong-Priok heeft geheel opgehouden; en wat den opvoer van het benoodigde voor den Preanger-spoorweg betreft mag er aan herinderd worden dat deze nu ten deele is voltooid.

Wordt er van de zijde der Regering op gewezen dat de opbrengst van de lyn Batavia-Buitenzorg in de laatste jaren toenam, men meende dat die toeneming wel, voor een deel althans, juist aan het benoodigde voor die groote werken zal te danken zyn, en in zooverre van geheel tydelyken aard moet worden geacht. Wat daarvan is, wenschte men nader door de Regering te zien toelichten, om te kunnen beoordeelen in hoeverre de opbrengst der laatste jaren als maatstaf van de waarde der lyn gelden kan.

Overigens werd tegenover de opmèrking dat thans een millioen meer is bedongen, van andere zijde nog aangevoerd, dat volgens de vroegere overeenkomst de vergoeding niet uitsluitend in de 5 millioen, maar ook in de uitbreiding der concessie en verdere voorwaarden -daarvan zoude hebben gelegen. Een en ander vormde toen een onafscheidelijk geheel.

III. In meerdere afdeelingen werd de aandacht gevestigd op de volgende zinsnede, voorkomende op bladz. 2 der Memorie van Toelichting: „De koopsom zal moeten worden verkregen door middel van leening, welke leening een deel zal moeten uitmaken van eene leening ten laste van den Staat, waarvan de rentebetaling en aflossing, voor zooveel de geleende fondsen ten bate van Nederlandsch-Indie komen, uit de Indische geldmiddelen aan de Staatsinkomsten zullen zyn te vergoeden".

Sluiten