Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

via-Tandjbng Priok in eene hand kome, vroegen om welke reden de Regering niet beproefd heeft zelfs de eerste en de derde dier lijnen aan de Nederlandsch-Indische spoorwegmaatschappij over te dragen. Die overdragt was, naar hunne meening, voor den Staat financieel voordeeliger geweest dan de weg door de Regering ingeslagen.

Een aantal andere leden verdedigden het wetsontwerp. De hoogere prb's van 1 millioen achtten zh' geregtvaardigd wegens de klimmende winsten der exploitatie in de laatste jaren, en wegens den gunstigen toestand der Maatschappij in het algemeen, merkbaar aan de beurswaarde harer aandeelen. Al betreurden sommigen; dat niet eene regeling was tot stand gekomen, waarbij aan de Maatschappij de exploitatie der beide aansluitende lijnen werd opgedragen, al kon men niet goedkeuren, dat de Maatschappij voor de bedreiging met den aanleg eener mededingende lyn heeft moeten wijken, en dat de Regering de particuliere energie heeft uitgedoofd, toch erkende men, dat bh' de voorgestelde regeling voor de belangen der schatkist uitnemend is gezorgd en achtte men uit een geldelijk oogpunt deze schikking zoo voordeelig, dat men haar gaarne zoude aannemen.

De Commissie van Rapporteurs acht, na mededeeling van het bovenstaande, dit wetsontwerp ry'p voor de openbare beraadslaging.

Vastgesteld 3 December 1881.

SCHIMMELPENNINCK VAN DER OYE. FRANSEN VAN DE PUTTE. DE SITTER. '

DU MARCHIE VAN VOORTHUYSEN.

Sluiten