Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XVIII.

Nota naar aanleiding van het Eindverslag der Commissie van Rappor<teurs, over het ontwerp van wet betreffende de overdragt van de spoorweglijn van Batavia naar Buitenzorg aan den Staat.

De ondergeteekende acht de overneming van de spoorweghjn Batavia-Buitenzorg op de overeengekomen voorwaarden een maatregel die in alle opzigten in het algemeen belang is aan te bevelen, en meent niets te mogen verzuimen wat de,bekrachtiging van de gesloten overeenkomst kan bevorderen. Hij wenscht daarom de in het Eindverslag der Eerste Kamer aangevoerde bezwaren alsnog schriftelijk te wederleggen. Aan de beschouwingen van § 3 der Memorie van Antwoord op het Voorloopig Verslag der Eerste Kamer betreffende de Indische begrooting, meent de ondergeteekende zich hier te kunnen gedragen, voor zoover de bedenkingen tegen den aankoop zamenhangen met den finacielen toestand en met de quaestie op welke wijze eene leening ten behoeve van Indie zal zijn te sluiten. Het is hem overigens niet duidelijk hoe in een ongunstigen ' financielen toestand een bezwaar zou kunnen worden gezocht tegen eene voor den Staat uit een financieel oogpunt voordeelige overeenkomst.

Met erkent dat de toeneming van de opbrengst van den spoorweg Batavia-Buitenzorg niet zal uitblijven, doch men meent dat die toeneming niet in evenredigheid zal staan met den prijs van aankoop, vermeerderd met den prijs, benoodigd om den weg in voldoenden staat te brengen.

De zuivere opbrengst der lijn was in 1880 ƒ 393.984, en bij de doorgaande stijging van die opbrengst in het verledene, mag bij deze berekening dit cijfer als grondslag worden aangenomen. Onder die winst was eene bruto opbrengst begrepen van ƒ 33.719 wegens transport van materialen over de lijn voor de havenwerken en voor den Preangerspoorweg. De toeneming van de opbrengst, die verwacht mag worden, wanneer zoowel de havenwerken als dé Preanger-spoorweg in exploitatie zullen znn, kan gerust op een hooger cijfer worden begroot, dan de ƒ 33.719 die in 1880 door de Maatschappij wegens het vervoer van materialen voor den aanleg van deze groote werken werden ontvangen. Men late dit echter buiten rekening en neme aan dat de lijn ook voortaan netto niet meer dan ƒ 393.984 zal opbrengen.

Hiervan moet worden afgetrokken een bedrag van ƒ 35.040 jaarhjks voor kosten van vernieuwing van den bovenbouw en het rollend materieel, daar de Staat niet even als de Maatschappij vernieuwingsfondsen aanlegt. Men kan dus rekenen op eene netto opbrengst van ƒ 358.944.

Sluiten