Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6. De tramweg moet geheel gereed en in exploitatie gebracht zijn binnen drie jaren nadat de vergunning overeenkomstig artikel 5 sub 1 der voorwaarden in Staatsblad 1885 no. 114 zal zyn aanvaard. 3)

Art. 7. Indien de tramweg langs of over erfpachtsgronden loopt, worden door den ondernemer de noodige overwegen ten gerieve der erfpachters aangelegd.

Art. 8. 3) De vergunning wordt verleend voor een tijd van vijftig jaren, in te gaan op den dag, waarop de verklaring, bedoeld sub 1 van artikel 5 der voorwaarden in Staatsblad 1885 no. 114, gedagteekend is.

Indien de ondernemer by het eindigen der vergunning deze wenscht verlengd te zien, doet hy daartoe minstens één jaar vóór het einde der vergunning het verzoek, onder aanbieding van eene opgave der voorwaarden, waaronder hy de verlenging wenscht.

Komt dergelijk verzoek niet of niet tijdig in, kan geene overeenstemming omtrent de voorwaarden van verlenging verkregen worden, of wenscht de Regeering geene verlenging toe te staan, dan wordt de vergunning gerekend te zijn ingetrokken op den dag, waarop de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde termijn afloopt, en zyn de laatste vier alinea's van artikel 5 der voorwaarden in Staatsblad 1885 No. 114 van toepassing.

By het einde van eventueele verlengingen gelden dezelfde regelen.

Art. 9. De tramweg kan van Gouvernementswege worden genaast, zoodra hy gedurende een tijdsverloop van 10 jaren of langer in zyn geheel is gëexploiteerd.

De prys, waarvoor de naasting geschiedt, zal zijn twintig maal de gemiddeld zuivere winst op de exploitatie per jaar over de drie voordeeligtste jaren uit een tydperk van de laatste vyf jaren der exploitatie.

Van het voornemen om den tramweg te naasten wordt ten minste zes maanden te voren aan den ondernemer kennis gegeven.

Art. 10. De betaling geschiedt in geval van naasting binnen zes maanden na den dag der inbezitneming door den Staat, of zoo dê prijs, waartegen de naasting geschiedt, eerst na de inbezitneming is kunnen worden vastgesteld, binnen zes maanden na de vaststelling.

De tramweg en alles wat daartoe behoort, moeten in, geval van naasting in behoorlijken staat van onderhoud verkeeren.

Is dit naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal niet het geval, dan worden de kosten van het in zoodanigen staat brengen, vóór de inbe-

3) Van de aanvaarding op 12 Mei 1893 is aanteekening gehouden bij het G. B. van 15 Juni 1893 no. 23. '■».

Sluiten