Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als een gevolg daarvan werd ontvangen de hierbij overgelegde missive van genoemden Hoofd-Ingenieur dd. 5 Septernber 1867 No. 45, aandringende op de indienststelling van het door hem aangevraagde personeel.

De zamenstelling van algemeene bepalingen op het gebruik der wegen en op de spoorwegdiensten heeft den tijd. Van meer gewigt is het dat eene instruktie worde vastgesteld voor den ambtenaar belast met het toezigt van staatswege over den aanleg en de exploitatie van den spoorweg Samarang-Vorstenlanden. ,

Bij art. 1 van het besluit dd. 14 Februarij 1863 No. 2 is de Hoofdingenieur voor Spoorwegen en Industrie /. Dixon ter mijner beschikking gesteld.

Bij het besluit van den le Junij 1864 No. 18 is die Hoofdambtenaar belast met het toezigt van regeringswege over de uitvoering van alle werken betreffende den spoorweg van Samarang langs Soerakarta naar Djokjokarta, zonder eenige instruktie en zonder dat aan hem eenig personeel is toegevoegd.

Tot dusverre werden de aangelegenheden van de spoorwegen bij mijne Direktie behandeld, zonder dat daaromtrent speciale voorschriften of bepalingen bestaan.

Toen de Direkteur van Finantien mij naar aanleiding van art. 2 van het besluit dd. 1 November 1864, No. 52, de vraag deed, waarin het toezigt op den aanleg van deii spoorweg van Samarang naar de Vorstenlanden gedurende 1864 had bestaan en wat de kosten daarvan geweest waren kon ik die vraag niet juist beantwoorden.

Intusschen verlangt de Minister van ^Koloniën na afloop van elk jaar, zoo spoedig mogelijk te ontvangen een specifieke opgave van de kosten, welke in den loop van het jaar in Indië wegens toezigt van regeringswege op den spoorweg van Samarang naar de Vorstenlanden zijn gemaakt, ten einde daardoor in staat te zijn het bedrag van het uit dien hoofde door de Nederlandsch Indische Spoorwegmaatschappij verschuldigde op den overeengekomen voet met haar te verrekenen.

Ten gevolge van de reeds verleende en nog te verleenen concessiën tot het aanleggen van spoorwegen en met het oog op de uitbreiding die deze aangelegenheid zal ondergaan komt het voor dat de tjjd thans gekomen is om ten aanzien van het algemeen beheer daarvan regels vast te stellen.

Eigenaardig dient dat beheer te berusten bh' den Direkteur der Openbare Werken.

Spoorwegen behooren wel is waar reeds uit den aard der zaak tot de Openbare Werken, evenals alle andere wegen, trekbanen, etc.

Ingenieurs der Openbare Werken kunnen geacht worden tevens te zijn Ingenieurs voor spoorwegen.

De uitgebreidheid van dezen tak van beheer maakt het evenwel noodig dat daarvoor eene afzonderlijke afdeeling worde gecreëerd.

Sluiten