Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij aangenomen Dienstregeling gemerkt No. 4 bevattende: „Voorschriften voor het opmaken der ontwerpen van de spoorwegen met de kunstiverken en gebouwen."

Door de welwillendheid van den Hoofd-Ingenieur De Bordes ben ik in het bezit gekomen van een gedrukt exemplaar van de Dienstregelingen voor de beambten der Maatschappij welk exemplaar ik zoo vrjj ben hierbij ter inzage aan te bieden.

De aangenomen regeling is naar myn inzien zeer goed.

De Hoofd-Ingenieur voor spoorwegen eri industrie /. Dixon heeft reeds bn' herhaling aangedrongen op hulp.

Om te kunnen voldoen aan de aanschrijving, waarvan de rede is in de missive van den le Gouvernements Sekretaris dd. 24 Februarij 1865 No. 384, omtrent de bewering dat de Spoorwegmaatschappij den spoorweg eigenmagtig 70 el breed zou hebben gemaakt vraagt de Hoofd-Ingenieur Dixon dringend om assistentie, blijkens zijn schrijven onder anderen van den 4e Maart 1865 No. 122, hierbij in afschrift overgelegd.

Hij is daarop terug gekomen bij zyne missive van den 13e Maart 1865 No. 124, mede copyly'k hierbij aangeboden.

Ik heb hem gelast om, met ter zyde stelling van alle andere werkzaamheden zich onverwijld in persoon naar het terrein van den in aanbouw zynderi spoorweg te begeven en my, na een naauwkeurig onderzoek in staat te stellen om aan het verlangen van de Regering op alle punten te kunnen voldoen.

Ik moet nogtans erkennen dat het in de gegeven omstandigheden dringend noodzakelijk is om al dadelijk het aan den Heer Dixon toe te voegen personeel in dienst te stellen.

In de hoop dat Uwe Excellentie na kennisname van de betrekkelijke stukken ook daarvan overtuigd zal zyn vertrouw ik dat Zij zal kunnen goedvinden om de door my voor te stellen regeling onder nadere goedkeuring des Koning's te doen in werking treden.

De Heer Dixon is blijkens artt. 1 en 2 van het Koninklijk besluit dd. 11 Juny 1860 No. 45 (Indisch besluit dd. 21 Augustus 1860 No. 52) benoemd tot Hoofd-Ingenieur voor spoorwegen en industrie op eene bezoldiging van ƒ 1000.— (Een duizend gulden) 's maands.

Eene koninklijke magtiging om hem eene vaste indemniteit voor reis- en verblijfkosten van ƒ 250.— 's maands toe te kennen is bereids verkregen blijkens het Indisch besluit dd. 26 Mei 1862 No. 30.

Voor het geval de Regering eene konforme beschikking op mijne tegenwoordige voorstellen neemt zal de Heer Dixon slechts benoemd moeten worden tot Chef der afdeeling spoorwegen.

De goedkeuring van het Opperbestuur zal alzoo slechts noodig zyn op de in dienststelling van het minder personeel voor spoorwegen.

Ik behoud my voor nader eene voordragt te doen tot het detacheren

Sluiten