Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 31. De Hoofdinspecteur geeft aan de bestuurders der spoorwegdiensten schriftelijk kennis van hetgeen tot instandhouding van den spoorweg en tot behoorlijke uitoefening van de dienst behoort te worden voldaan.

Hn' doet hiervan onmiddellijk mededeeling aan den Directeur.

Zoo de bestuurders der spoorwegdiensten aan de kennisgeving van den Hoofdinspecteur geen behoorlijk gevolg geven, deelt deze dit mede aan den Directeur, die de beslissing inroept van den Gouverneur-Generaal.

Die beslissing kan ook door de bestuurders worden ingeroepen, wanneer zij tegen het hun aanbevolen werk bezwaar hebben.

Art. 32. Aan de beslissing van den Gouverneur-Generaal wordt binnen den daarbij te stellen termijn door de bestuurders der dienst voldaan.

Geschiedt dit niet, dan kan de Gouverneur-Generaal: zoo er nalatigheid bestaat met opzigt tot het herstellen of vernieuwen van den spoorweg of van de daartoe behoorende werken en gebouwen, of met opzigt tot de aanvulling van het getal beambten of bedienden, staking van de dienst bevelen;

zoo die bestaat met opzigt tot het herstellen of vernieuwen van de voor de spoorwegdienst bestemde rh'- of voertuigen, het gebruik van zoodanige rij- of voertuigen verbieden, en, zoo noodig, beletten.

Art. 33. Zoo de bestuurders der spoorwegdienst de door den Gouverneur-Generaal noodig verklaarde herstellingen of vernieuwingen aan den weg of aan de daartoe behoorende werken en gebouwen niet uitvoeren, of niet tot de door hem noodig geacht aanvulling van het getal beambten of bedienden overgaan, kan de Gouverneur-Generaal die ten koste der ondernemers van de dienst doen tot stand brengen.

Hij kan zich tot dat einde in het bezit stellen van de ter uitvoering der herstellingen of vernieuwingen noodige op of bij den weg voorhanden voorwerpen.

Hetgeen krachtens dit artikel ten koste der ondernemers is uitgegeven, gaat boven elke andere schuld der onderneming.

Art. 34. Vordert de openbare veiligheid dadelijke staking van de dienst, hetzij over den geheelen weg, hetzij over een gedeelte daarvan, dan kan die staking worden bevolen door hem, die met de uitoefening van het toezigt is belast.

Dit bevel wordt gegeven door hem, die daartoe volgens door den Gouverneur-Generaal te bepalen regelen bevoegd is en zooveel mogelijk schriftelijk gerigt aan de hoofdbeambten van de meest nabij zijnde stations,

Sluiten