Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoorwegdiensten, de beambten en bedienden der spoorwegen of tegen bijzondere personen, wegens overtreding der verordeningen betrekkelijk de spoorwegen.

Hn' zorgt, zooveel van hem afhangt, dat gevolg aan die processenverbaal worde gegeven.

Art. 49. De briefwisseling van de bestuurders van spoorwegdiensten met de Regering geschiedt door tusschenkomst van den Hoofdinspecteur.

Alleen in zeer buitengewone gevallen mag hiervan worden afgeweken.

De Gouverneur-Generaal en de Directeur zijn echter steeds bevoegd in rechtstreeksche briefwisseling met de bestuurders van spoorwegdiensten te treden. '

Art. 50. De brieven en andere stukken der bestuurders van spoorwegdiensten worden door den Hoofdinspecteur, onder mededeeling van zijn gevoelen, aan den Directeur gezonden, die ze met zijne voorstellen der Regering doet toekomen.

Art. 51. De Hoofdinspecteur is bevoegd de eerstaanwezende ingenieurs der openbare werken in de onderscheidene gewesten te hooren, omtrent den toestand van de spoorwegen en de daartoe behoorende werken en, gebouwen, ieder, voorzoover het gewest betreft, waarin hn' werkzaam is.

Art. 52. Hij is bevoegd in briefwisseling te treden met de hoofden van gewestelijk bestuur, ten einde inlichtingen te vragen.

Art. 53. Viermalen 's jaars, den eersten Januari, den eersten April, den eersten Juli en den eersten October, doet de Hoofdinspecteur een omstandig verslag aan den Directeur van den toestand van de spoorwegen en de daartoe behoorende werken en gebouwen en van de uitoefening der spoorwegdiensten in haren ganschen omvang.

Hij doet afgescheiden van dit verslag de voorstellen, welke hij in het belang van de dienst noodig acht.

Het verslag wordt ingerigt in den vorm, door den Directeur te bepalen.

Art. 54. De driemaandelijksche verslagen, in het vorig artikel bedoeld, worden telken jare in het verslag van de drie laatste maanden van het jaar samengevoegd tot een algemeen verslag.

Art. 55. De Hoofdinspecteur verzamelt de noodige bescheiden om eene statistiek der spoorwegdiensten te kunnen opmaken.

Jaarlijks worden de statistieke opgaven, ingerigt in den vorm door den Directeur te bepalen, aan dezen toegezonden en door hem gevoegd bh' en behandeld in het verslag, bedoeld aan het slot van art. 3 van het besluit van 4 September 1865 (Stbl. No. 91).

Sluiten