Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. Dagelijksch toezigt.

Art. 56. Met het dagelijksch toezigt op de spoorwegdiensten zijn belast spoorwegopzieners.

Art. 57. De spoorwegopzieners mogen geene bezoldigde of niet bezoldigde bedieningen te gelijk waarnemen dan met toestemming van den Gouverneur-Generaal.

Zij moeten den ouderdom van drie en twintig jaren bereikt hebben.

Art. 58. Alvorens hunne betrekking te aanvaarden leggen de spoorwegopzieners, ieder op de wijze zijner godsdienstige gezindte, in handen ,an den Hoofdinspecteur of den daartoe door hem gemagtigden inspecteur den volgenden eed af:

„Ik zweer (beloof) dat ik al de pligten krachtens het algemeen reglement op de spoorwegdiensten en alle verdere verordeningen aan mijn ambt verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen.

„Zoo waarlijk helpe mij God almachtig! (dat beloof ik!)".

Zij worden hiertoe niet toegelaten dan na den in art. 2 van het besluit van den Kommissaris-Generaal over Nederlandsch-Indië van 10 December 1827 (Stbl. no. 115), bedoelden eed (verklaring of belofte) van zuivering in dezelfde handen te hebben afgelegd.

Art. 59. Bij elke spoorwegonderneming is ten minste een spoorwegopziener.

Art. 60. De spoorwegopzieners zien toe op:

den spoorweg en de daartoe behoorende werken en gebouwen;

de afsluiting van den spoorweg;

de dienst op den spoorweg en op de stations en halten; het toezigt over de baan en de bediening der seinen; de samenstelling, het vertrek, de aankomst en het vervoer der treinen;

de orde op de treinen;

de toepassing der tarieven en de behandeling der vrachtgoederen;

de aansluiting der diensten aan de eindpunten van twee verschillende spoorwegen;

de beambten en bedienden van den spoorweg, en

in het algemeen op alles wat tot de dagelijksche uitoefening der spoorwegdiensten betrekking heeft.

1). Art. 56 is, bü Stbl. 1879 No. 213, gewijzigd als volgt: „Met het dagelijksch toe „zicht op de spoorwegdiensten zijn belast de adjunct-inspecteurs en opzichtera".

Sluiten