Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XXVI.

IN NAAM DES KONINGS!

De Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indie,

Den Raad van Nederlandsch-Indië gehoord;

Allen, die deze zullen zien of hoor en lezen, Salut! doet te weten:

Dat Hij, het noodig achtende gebruik te maken van de bij Koninklijk Besluit van 4 Julij 1878 no. 11 (Indisch Staatsblad no. 234) gegeven gelegenheid om het toezigt op de partikuliere spoorwegen op te dragen aan het personeel voor de dienst der Staatsspoorwegen op Java;

Lettende op de artikelen 20, 29, 31 en 33 van het reglement op het beleid der Regering van Nederlandsch-Indië;

Heeft goedgevonden en verstaan:

Voor zooveel noodig onder nadere goedkeuring des Konings:

Art. I. In te trekken de ordonnancie van 1 Mei 1867 (Staatsblad no. 57).

Art. II. Het algemeen reglement voor de spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië, vastgesteld bij de ordonnancie van 21 November 1866 (Staatsblad no. 132), volgender voege te wijzigen.

De woorden „direkteur" en „opzieners" of „spoorwegopzieners", in bovenvermeld reglement voorkomende, worden vervangen respectievelijk door, chef van de dienst der staatsspoorwegen op Java, en door opzigters of spoorwegopzigters.

De artikelen 24 en 56 van dit reglement worden veranderd als volgt:

Art. 24. Het toezigt op de spoorwegdiensten wordt, onder de bevelen van den Chef van de dienst der Staatsspoorwegen op Java uitgeoefend door inspekteurs, bijgestaan door adjunkt-inspekteurs en opzigters.

Voornoemde Chef benoemt die ambtenaren voor elke lijn uit het ter zijner beschikking gestelde personeel, en is buitendien bevoegd, zulks noodig of wenschelnk achtende, den toestand der spoorwegen

Sluiten