Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 12. Geen rijtuigen, wagens, paarden en tuigen mogen worden in dienst gesteld, zoolang zij niet zijn goedgekeurd door de in art. 9 bedoelde kommissie.

Het goedgekeurde wordt door de kommissie van een merk voorzien.

Art. 13. Rijtuigen, wagens, tuigen en paarden, die in eenen voor de dienst ongeschikten toestand geraken, worden onmiddellijk buiten dienst gesteld.

Art. 14. In elk rijtuig en in eiken wagen worden op eene zigthare plaats aangeplakt of opgehangen het tarief van vervoer en een extrakt uit het dienst-reglement van de onderneming, voor zooveel het publiek daarbij" belang heeft; beiden zoowel in de Nederlandsche taal als in de Maleische, — wat de. laatste betreft met Romeinsche en Arabische karakters.

Art. 15. Bn' elk rijtuig of eiken wagen is een koetsier en een kondukteur. De eerste is voorzien van een seinhoorn.

Art. 16. Op elk rijtuig staat vermeld het cijfer van het getal zitplaatsen daarin aanwezig.

Het is verboden meer passagiers in het 'rijtuig toe te laten, dan zitplaatsen daarin aanwezig zijn.

Art. 17. Het is verboden de rijtuigen of wagens te bestijgen tegen den uitdrukkeln'ken wil van den kondukteur. Passagiers zijn immer verpligt de rijtuigen of wagens op eerste uitnoodiging van den kondukteur te verlaten.

Zij nemen op de zitbanken plaats en het is hun verboden voor of achter op de rijtuigen of wagens of op de treden te blijven staan.

Art. 18. De zitplaatsen in het rijtuig worden met groote leesbare cijfers genommerd.

Bij de keuring der rijtuigen wordt acht gegeven, of elk der zitplaatsen eene genoegzame ruimte bevat.

Art. 19. De rijtuigen en wagens zijn vóór zonsopgang en na zonsondergang voorzien van twee gekleurde lichten, en wel van voren van een helder rood en van achteren van een helder groen licht.

Ook van binnen zh'n de rijtuigen behoorlijk verlicht.

Art. 20. Het is verboden harder te rijden, dan in draf.

Alleen bij het opgaan van hellingen of in bogten kunnen de paarden, om stilstaan te voorkomen, eenigzins worden aangezet. Bij het afgaan van hellingen moet steeds worden geremd, ten einde het dérailleren te voorkomen.

Sluiten