Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XXVIII.

Arrest van het Hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië van 18 October 1881.

HET HOOGGERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het vonnis van den raad van justitie te Batavia (II Kamer) van 14 Mei 1881, waarbij de beklaagden, A. Oltmans, A. J. Pool en J. J. M. Everts, van beroep bestuurders van de N. I. spoorwegmaatschappij en als zoodanig tevens van de spoorwegdienst Batavia-Buitenzorg, wonende te Semarang, zijn schuldig verklaard: aan overtreding van art. 42 van het algemeen reglt. voor de spoorwegdienst in N. I. (stbl. 1866 No. 132) en aan drie overtredingen van art. 79 van dat reglement, — vrijgesproken van de overige overtredingen van art. 79 van dat reglement hun ten laste gelegd, en ontslagen van alle regtsvervolging ter zake van het hun in de 2e plaats ten laste gelegde;

wijders de beklaagde P. J. Eussen, gewezen bestuurder van de N. I. spoorwegmaatschappij en als zoodanig tevens van de spoorwegdienst Batavia-Buitenzorg wonende te Semarang, is schuldig verklaard aan overtreding van art. 42 van het algemeen reglement op de spoorwegdienst in N. I. (stbl. 1866 No. 132), 'en overzulks veroordeeld de beklaagden A. Olthans, A. J. Pool en J. J. M. Everts tot de betaling eener geldboete van ƒ 500.— en drie geldboeten van f 100. —ieder, en de beklaagde P. J. Eussen tot de betaling eener geldboete van ƒ 100.—; met bepaling van den lijfsdwang bij niet voldoening dier geldboete op eene maand voor elke verschuldigde ƒ 200.— en met veroordeeling nog in de kosten des gedings, — en voorts nietig is verklaard het requisitoir van dagvaarding van den officier van justitie voor zoover betreft het vierde punt !) van beschuldiging;

Gelet op de aanteekening van hooger beroep;

Gehoord enz;

Gehoord het rapport van den raadsheer Mr. B. de Groot; Gelet enz;

Gehoord den Adv. Gen. Mr. J. C. Mulock Houwer in zn'n ter teregtzitting voorgedragen requisitoir, daartoe strekkende, dat het Hof, met ontvangst van het appel en met verbetering van het vonnis, den beklaagde P. J. Eussen ter zake vermeld zal veroordeelen tot eene geldboete van

') Lees het derde punt sub 3e.

Sluiten