Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

December 1877 tot op den dag der vervolging meer dan drie jaren zyn verloopen en mitsdien de tegen dien beklaagde ingestelde strafvervolging is vervallen;

Overwegende dat derhalve met vernietiging van de in dezen door den eersten regter tegen den 2de beklaagde uitgesproken veroordeeling, de officier van justitie by den raad van justitie te Batavia behoort te worden verklaard niet ontvankelijk met de tegen dien beklaagde ingestelde strafvervolging;

Overwegende alsnu ten aanzien der aan de beklaagden Oltmans, Pool en Everts in de eerste plaats ten laste gelegde overtreding: dat de eerste regter op de gronden en bewijsmiddelen in zyn vonnis omschreven teregt als wettig en overtuigend bewezen heeft aangenomen, dat de beklaagden in de hun by requisitoir van dagvaarding omschreven hoedanigheid gedurende de daarbij bekend gestelde termijnen voor de reis van Batavia naar Buitenzorg en vice-versa met de zoogenaamde sneltreinen, dagelijks rijdende, voor reizigers der 3de klasse een tariefsprjjs hebben vastgesteld en doen vorderen van ƒ 1.50.— van Batavia naar Depok en vice-versa van ƒ 1.—, van Buitenzorg naar Depok en vice-versa van ƒ 0.75; zoomede , dat dit geschiedde in afwijking van het gewone door den GouverneurGeneraal vastgestelde tarief; — dat evenzeer op juiste gronden is beslist dat door het plegen dier feiten de beklaagden hebben gehandeld in strijd met art. 42, strafbaar gesteld by art. 213 van het algemeen reglement voor de spoorwegdiensten in Ned. Ind., vastgesteld by stbld. 1866 No. 132; ')

Overwegende dat de vertegenwoordiger der beklaagden andermaal in hooger beroep de gepleegde feiten heeft getracht te regtvaardigen en in het bijzonder door overlegging van een afschrift van een verzoekschrift door den raad van beheer te 's Gravenhage aan den G. G. ingediend, de geïncrimineerde feiten te verdedigen, doch dat ook het Hof, noch uit de geschiedenis van het in het leven roepen van den sneltrein, noch uit de bewoordingen van het daarop betrekking hebbend Gouvernementsbesluit van 12 Mei 1875 No. 22, der beklaagden opvatting kan beamen, en zeer zeker daaruit niet kan worden opgemaakt dat meerbedoeld besluit met betrekking tot het voor den sneltrein by wege van proef vastgesteld tarief

i) Bij Gouvernements besluit van. 12 Mei 1875 No. 22 was aan bestuurders toegestaan bij wijze van proef, gedurende den tijd van een jaar, sneltreinen te doen loopen tusschen Batavia en Buitenzorg, vise-versa.

Tevens was vergund om voor dat traject met de sneltreinen van de reizigers 3e. klasse een vrachtprijs van f 2.— te vorderen.

Na ommekomst van het proefjaar namen de Bestuurders de sneltreinen in de dienstregeling op, en stelden eigenmatig een speciaal tarief voor het vervoer met die treinen vast, voor zooveel de reizigers 3e. klasse betrof, t. w. f 1.50 voor het traject Batavia—Buitenzorg.

Volgens de door den G.G. goedgekeurde tarieven mogt echter van deze klasse van reizigers slechts gevorderd worden van Batavia naar Buitenzorg en omgekeerd f 1.12 per persoon.

Sluiten