Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L aan een overtreding van art. 42 in verband met art. 213 van het algemeen reglement voor de spoorwegdiensten, door gedurende het tijdperk verloopen tusschen 1 Augustus 1876 en 18 Augustus 1880 op de met de sneltreinen van Batavia naar Buitenzorg en van Buitenzorg naar Batavia vervoerd wordende reizigers der 3e klasse een tarief toe te passen, hetwelk niet door den Gouverneur-Generaal was goedgekeurd;

II. aan drie overtredingen van art. 67 van hetzelfde reglement, door te verzuimen aan den ingang of in de vestibule der navolgende stations de vrachtprijzen bekend te stellen, welke op de sneltreinen van de reizigers der 3e klasse op 9 Augustus 1880, zoomede op den voor dien dag verloopen tjjd, gevorderd werden naar de mede hierbij aangegeven plaatsen:

a. op het station Tjileboet, van daar naar Batavia, Buitenzorg, Depok en Pondok-Tjina;

b. op het station Pondok-Tjina, van daar naar Batavia, Depok, Tjileboet en Buitenzorg;

c. op het station Depok van daar naar Batavia, Buitenzorg, PondokTjina en Tjileboet;

III. aan drie overtredingen van art. 79 van het meergenoemd reglement door op drie onderscheiden tijdstippen in het jaar 1880 aan reizigers, die zich op de stations Batavia en Buitenzorg tijdig hadden aangemeld om van daar te worden vervoerd naar Tjileboet en PondokTjina, de afgifte van plaatskaartjes als reizigers 3e klasse met de sneltreinen te weigeren;

Veroordeelt de beklaagde bestuurders voornoemd ieder tot de betaling:

lo. van eene geldboete groot ƒ 500.— ter zake van het feit sub I; 2o. van drie geldboeten elk groot ƒ 50.— ter zake van het feit sub II; 3o. van drie geldboeten mede elk groot ƒ 50.— ter zake van het feit sub III;

met dien verstande, dat ieder der drie bekalagden aansprakelijk is voor het geheel der opgelegde boeten;

Bepaalt den termijn, gedurende welken de veroordeelden wegens het niet voldoen der boeten in gijzeling gehouden kunnen worden, op eene maand voor elke verschuldigde ƒ 200.—;

Bekrachtigt het vonnis voor zoover de beklaagden daarbij zijn vrijgesproken ;

Verwijst de beklaagden hoofdelijk voor het geheel in de kosten van het strafgeding in de beide instantien.

Sluiten