Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XXIX.

Brief van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, gedateerd Weltevreden, den 31sten October 1881 No. 11166|C.

Aan

Zijne Excellentie, den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië.

Blijkens missive van den lsten Gouvernements Sekretaris van 18 October 1881, No. 1959, verlangt de Regering door mij, voor zooveel na overleg met den Inspekteur Generaal, Chef van de dienst der Staatsspoorwegen op Java, aangegeven te zien, welke wijzigingen, in verband met het aangeteekende in mijne missive van 5 September 1881, No. 8960|C, zouden moeten worden gebragt in de bij de missive van den Inspekteur Generaal vermeld van 23 Juli 1881, No. 3509, aangeboden ontwerpen:

Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië, en Instructie voor de ambtenaren, belast met het toezigt op de spoorwegdiensten.

Ter voldoening aan die opdragt, heb ik, onder wederaanbieding der mij teruggezonden bescheiden, de eer het volgende onder de aandacht van Uwe Excellentie te brengen.

Wenscht men eenvoudig de verhouding tusschen den Inspekteur Generaal, Chef van de dienst der Staatsspoorwegen op Java en den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken, zoo als die thans feitelijk bestaat krachtens verschillende beschikkingen en beslissingen der Regering, onveranderd tè bestendigen, dan zouden de wijzigingen in de bovengenoemde ontwerpen, naar het mij voorkomt zich kunnen bepalen tot de "volgende:

I. In het ontwerp instructie voor de ambtenaren, belast met het toezigt op de spoorwegdiensten".

a. Art. 1 te doen luiden als volgt:

„Het algemeen toezigt op de spoorwegdiensten wordt onder den „Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken uitgeoefend door den Inspekteur Generaal, Chef van de dienst der Staatsspoorwegen, bijgestaan door Inspekteurs.

Sluiten