Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het dagelijksch toezigt op de spoorwegdiensten wordt onder den Inspekteur Generaal en de Inspekteurs uitgeoefend door Adjunct-Inspek„teurs en opzigters".

b. Art. 6. te doen luiden als volgt:

„De Inspekteur Generaal wordt door den Gouverneur- Generaal en „den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken gehoord, en dient hen „van berigt en raad omtrent alles wat de dienst en het gebruik der spoorwegen aangaat en waaromtrent de beslissing aan den Gouverneur-Ge„neraal is opgedragen.

„Hij zendt zijne aan den Gouverneur-Generaal in te dienen brieven, „voorstellen, rapporten, verslagen, berigten enz. enz. in door tusschenkomst „van den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken, wiens bevelen hij „verpligt is stipt na te leven".

c. Tusschen de artikelen 6 en 7 in te lasschen een nieuw artikel, luidende als volgt:

„De Inspekteur Generaal behoeft, om zich buiten de uitoefening „zijner betrekking van zyne vaste woonplaats te verwijderen, de toestem„ming van den Gouverneur-Generaal, of den Direkteur der Burgerlijke „Openbare Werken, overeenkomstig de bepalingen van het Reglement in „Staatsblad No. 174 van 1881.

„Zoo hy' zich in de uitoefening zijner betrekking, zonder daartoe „aanschrijving van den Gouverneur-Generaal of den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken bekomen te hebben van zijne vaste woonplaats „verwijdert, geeft hy daarvan kennis".

II. In het ontwerp „Algemeen reglement voor de spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië."

In art. 28, tusschen de woorden: „uitgeoefend", en „door den Inspekteur Generaal", in te lasschen de woorden: „onder den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken."

Tot toelichting van de wenschelykheid dan wel noodzakelykheir dier wijzigingen en aanvullingen, vermeen ik te kunnen volstaan met kortheidshalve te verwijzen naar:

het aangeteekende in mijne missive van 5 September 1881, No. 8960|C;;

de „Regeling van het algemeen toezigt op de spoorwegdiensten" in Nederland, Koninklijk besluit van 9 July 1876, Nederlandsch Staatsblad No. 159, meer bepaaldelijk de artikelen 1, 8, 20 en 22;

de by art. 2 van het besluit van 13 Juny 1879, No. 6, gearresteerde Instructie voor den Inspekteur Generaal, Chef van de dienst der Staatsspoorwegen op Java, meer bepaaldelijk de artikelen 1 en 18, in verband met de missive van den len Gouvernements Sekretaris van 31 Mei 1880 No. 861 en myne missive van 14 December 1880, No. 12964;

de bepalingen omtrent de binnenlandsche verloven, Staatsblad 1881, No. 174; en, eindely'k naar het feit, dat de Inspekteur Generaal, de beide

18

Sluiten