Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chefs der exploitatie bestuurders van hun spoorweg zijn en ik moet aannemen dat ambtenaren van hun rang en van hun inkomen den hun toevertrouwden dienst zoodanig beheeren, dat de noodzakelijkheid van dadelijk ingrijpen van een inspecteerend ambtenaar niet kan voorkomen. Ware het anders dan zouden die ambtenaren als ten eenemale ongeschikt voor hunne betrekking moeten beschouwd worden.

Overigens kunnen in het onverhoopte geval dat onmiddellijk ingrijpen noodig mocht zijn, altijd bevelen per telegraaf gevraagd worden, terwijl bovendien de door mij voorgestelde regeling niet belet dat bij inspectiën van den Chef der afdeeling, aan dezen de bevoegdheid wordt verleend om, zoo noodig, bevelen te geven.

Wanneer men het hier gezegde als vaststaande moest aannemen, zoodat zelfs een met het opnemen en aanleggen van een spoorweg belast Hoofd Ingenieur geene goede ontwerpen — naar reeds bestaande typen — opmaken of het verband der onderdeelen van den spoorweg in het oog houden kan, dan zoude het er inderdaad met het gehalte der technische ambtenaren van den dienst der Staatsspoorwegen treurig uitzien. Vleiend voor die ambtenaren is de hier gegeven voorstelling dus niet.

Maar bovendien belet de door mh' voorgestelde regeling in

der Staatsspoorwegen spreekt het duidelijkst door de overweging dat die lijnen even als hans periodiek moeten worden geinspecteerd door iemand die plaatselijk kan bevelen en voorschriften geven.

Doch eene nadere uiteenzetting van den gang van zaken bij dien dienst zal dit nog nader doen uitkomen, en tevens doen zien dat gewone inspectiën alleen met het oog op de bepalingen van het Algemeen Spoorwegreglement hier niet voldoende zijn.

4. Het beheer der Staatsspoorwegen in aanleg en opneming bestaat in een administratief beheer en een technisch beheer. Het administratief beheer is waarschijnlijk wat het personeel aangaat, voldoende verzekerd door de voorgestelde uitbreiding van het administratief personeel van het Departement, mits daarbij worde vastgehouden aan het thans geldende beginsel, dat de eenheid van administratie bewaard blijve en dus geene andere authoriteiten dan de Directeur of de nader te noemen Chef van den dienst der Staatsspoorwegen bevoegd zijn om uitgaven te bevelen ten laste van de spoorwegbegrooting.

Wat het technisch beheer aangaat moet worden vermeld, dat dit thans niet alleen bestaat in het geven van algemeene technische voorschriften en het beoordeelen der daarnaar ingekomen ontwerpen en de uitvoering van deze, — maar het grootste en belangrijkste gedeelte der ontwerpen voor den aanleg der Spoorwegen wordt op het bureau van den Chef van den dienst opgemaakt^ en zoo behoort het ook te blijven wil men gewaarborgd zijn dat goede ontwerpen worden opgemaakt en dat by den bouw

Sluiten