Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten en op de Staatsspoorwegen geen ander toezicht dan dat van . den Chef wil hebben. Uit § 25 schijnt echter het tegendeel te blijken.

De woorden „onder de bevelen" zijn overgenomen uit art. 1 van het door den Inspecteur Generaal bn' zijn schrijven van den 15 April 1886 No. 1549 aangeboden ontwerp van Bijzondere voorschriften, en men mag aannemen dat hij bij het inlasschen dier woorden zich toch zeker rekenschap van hunne strekking heeft gegeven. Wanneer het thans door den Inspecteur Generaal gemaakte onderscheid inderdaad bestond, dan zouden naar luid van art. I der bh' Staatsblad 1883 No. 279 vastgestelde en door hemzelven ontworpen bepalingen, de inspecteurs en opzichters van het toezicht thans niet onder zijne bevelen staan.

Het heeft dan ook wel eenigszins den schijnt alsof overwegingen van persoonlijken aard op de tegenwoordige wetsuitlegging niet zonder invloed zijn gebleven.

partement zal geplaatst zijn, zal dit toezicht moeten uitoefenen onder den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

Met „onder" versta ik echter niet „onder de' bevelen" omdat m.i. deze hoofd-ambtenaar eene zelfstandige positie moet bekleeden, d.w.z. dat hu' tegenover de spoorwegdiensten zelfstandig en naar eigen oordeel moet kunnen optreden, behoudens de hoogere beslissingen van den Gouverneur-Generaal. Hij moet in zijn toezicht geene bevelen hebben op te volgen van den Directeur, die alleen naar aanleiding van berichten, rapporten enz. van den Chef van het toezicht de Regeering van raad heeft te dienen omtrent de beslissingen in de zaken van het toezicht te nemen.

Alleen op deze wijze, die trouwens geheel overeenkomt met de in Nederland en andere Europeesche staten gevolede regeling, behoudens dat ginds de Ministers zelf de Regeering uitmaken, terwijl hier de Directeuren slechts beheerders zijn van het algemeen bestuur, wordt de noodige waarborg verkregen, dat het toezicht op de spoorwegdiensten geheel onpartijdig wordt uitgeoefend.

Stelt men den Chef van het toezicht onder, de bevelen van den Directeur, die evenzeer de belangen van de door den. Staat geëxploiteerde spoorwegen heeft te behartigen, dan zou het bezwaar dat men door de voorgenomen Wijziging van het beheer en het toezicht der spoorwegen heeft beoogd te ontgaan weder geheel voor den dag komen echter met dit onderscheid dat het verkeerde dat men nu in de positie van den Chef der Staatsspoorwgen meent op te merken, dan verplaatst zou wezen bh' den Directeur.

Sluiten