Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuigkundige ingenieurs — dus in elk geval theoretisch deskundigen — de bedoelde eischen wenscht gesteld te zien, hij bh" §. 21 de thans bij den aanleg werkzaam zijnde ingenieurs alleszins geschikt acht voor het toezicht, niettegenstaande zij niet alleen niet de practische kennis hebben, die hij van anderen wil gevorderd zien, maar zelfs niet eens werktuigkundig ingenieur zijn en dus de gevorderde theoretische bekwaamheid missen.

is een goede opvolgende praktische leercchool onmisbaar.

Voor de aanstaande amtenaren van het toezicht zal bovendien de praktijk bij spoorwegen moeten zh'n opgedaan. Het vak der werktuigkunde is zoo veelomvattend dat men na afgelegd examen zich in zeer verschillende richtingen kan bewegen, doch dan is het ook duidelijk dat men praktische ontwikkeling op spoorweg-gebied niet kan verwachten b.v. van iemand die uitsluitend aan waterraderen heeft gedaan, of zich op de electro-techniek heeft toegelegd.

Bh' de eischen van benoembaarheid zou ik dus willen opgenomen zien, dat tevens moeten worden overgelegd de bewijzen i

le. dat de candidaat door eene spoorwegonderneming bevoegd is verklaard om locomotieven te besturen; en minstens gedurende drie maanden als locomotiefmachinist heeft dienst gedaan;

2e. dat hij minstens gedurende één jaar is werkzaam geweest in een spoorweg- werkplaats en daar belast is geworden met toezicht op de uitvoering van het werk, met het kéuren en overnemen van spoorweg-materiaal en materieel en met het ontwerpen van spoorweg-materieel en andere machinale inrichtingen, zooals die bij spoorwegen voorkomen;

3e. dat hij minstens gedurende 9 maanden is toegevoegd geweest aan den Chef van eene tractie-afdeeling van eenen spoorweg en door dezen belast is geworden met technische en administratieve werkzaamheden, betreffende de uitoefening van den tractie-dienst;

Van de wijze waarop gedurende de aangewezen tijdperken aan de gestelde eischen is voldaan, moeten getuigschrif-

Sluiten