Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het hier gezegde is aangenomen, dat de afdeelingschef, tevens nagenoeg op den tegenwoordigen voet zelfstandig dienstchef blijft.

Voor het overgaan van dien ambtenaar in den dienst van eene bijzondere onderneming geloof ik niet dat men erg bevreesd behoeft te zijn, en ik ben ook niet beducht dat men geen opvolger voor hem zal kunnen vinden. Daarvoor bestaat allerminst gevaar bü' de door my voorgestelde regeling, waardoor men allengs ruimer keus voor de hoogere rangen zal krygen dan thans. Moest overigens by de bezoldigingen der ambtenaren het inkomen der directeuren en verdere beambten van byzondere ondernemingen als maatstaf aangenomen worden, dan zoude men de bezoldiging van nagenoeg alle ambtenaren moe; ten verhoogen.

De President der Javasche Bank b.v. heeft veel meer inkomen dan de Directeur van Financiën, ofschoon de werkkring van den laatsten vrij wat belangrijker is.

Opmerkelyk is het voorts dat de Inspecteur Generaal het zeer verkeerd vindt, dat de Chefs der exploitatie ongeveer evenveel inkomen zullen hebben als de afdeelingschef, maar in gelykheid van de bezoldiging van dezen endie van den departementschef geen bezwaar ziet.

chef van den dienst der Staatsspoorwegen.

20. Wanneer de bezoldiging van ƒ 1500.— 's maands voor den Chef der Afdeeling Spoorwegen door de Regeering voldoende wordt geacht, dan zal die aldus moeten worden vastgesteld -doch daarbij moet niet uit het oog worden verloren, dat die bezoldiging in vergelyking met die van directeuren van particuliere spoorweg- ondernemingen op Java niet hoog is en dus altijd de kans bestaat, dat men den hoofdambtenaar van dien rang slechts kort behoudt of niet zal vinden, vooral ook omdat het lang niet zeker is, dat de Chef van het toezicht, die door zü'n vroegeren werkkring de spoorwegen slechts van ééne zijde, n.1. van de technische heeft bezien, ook de geschiktheid zal hebben, voor de behoorlyke vervulling van de betrekking van Afdeelingschef, die meer algemeene kennis van spoorwegen, enz. vordert.

Vooral ook, zoolang spoorwegen worden aangelegd eh deze betrekking dus door een ondervindingrijk spoorwegingenieurs zal moeten worden waargenomen, zou eene ruimere bezoldiging wel gemotiveerd zü'n, hetgeen wellicht zou te vinden zyn door die bezoldiging op de wü'ze van eene „toelage voor den aanleg der spoorwegen" tot een hooger peil op te voeren.

Ook in verhouding met de Chefs der Exploitatie is ƒ 1500.— 's maands eene lage bezoldiging.

Deze ambtenaren genieten thans een maximum tractement van ƒ 1200.— 's maads, vermeerderd met i/i procent in de winst van den door hen bestuurden spoorweg. Dit tantième behoeft slechts ƒ 3600.— 's jaars te bedragen om de

Sluiten