Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inkomsten van deze Chefs gelijk te doen zijn aan die van de hoogste aanwezige spoorweg-authoriteit en dit wordt reeds bereikt bij een jaarlijksche winst van van ƒ 1.440000.— of by eene bruto ontvangst van ƒ 20880000.— welk cijfer o.a. by de Oosterlynen reeds sedert 1884 overschreden is.

De titel aan den Afdeelingschef te geven zal nu bezwaarlijk Hoofd-Inspecteur kunnen blijven, en de titel van „Directeur, belast met de leiding van de zaken van de spoorwegen" zooals men die in Nederland aan den gelyksoortigen Afdeelingschef van het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid heeft gegeven, zou zeker beter op zyne plaats zyn.

Met het oog op den titel der Departementschefs z,al echter hiertegen wel bezwaar bestaan, ofschoon toch ook onder de Indische hoofd-ambtenaren worden aangetroffen een „Directeur van het Marine etablissement te Soerabaia", een „Directeur der Landsdrukkerij" enz.

Welke titel en welke bezoldiging dan hiervoor in de plaats zouden moeten komen, kan hier overigens wel onbesproken blyven; by eene regeling naar deze opmerkingen zal dit onderwerp van zelf ter sprake komen .

De opmerking van den Inspecteur- Generaal dat het voldoende is, voor de eerstbeginnende ambtenaren eischen van benoembaarheid te stellen zoude niet ongegrond zijn, wanneer al de bedoelde ambtenaren een afgesloten corps vormden, waarvan de hoogere rangen, alleen door opklimming uit de lagere vervuld worden. Dit zal echter

21. Het voorstel van den Directeur om al dadelijk vast te stellen de eischen van benoembaarheid voor de verschillende betrekkingen van het Regeeringstoezicht en tevens van enkele der betrekkingen by den dienst der Staatsspoorwegen komt mij vooralsnog niet gewenscht voor.

In de eerste plaats moet ik opmerken, dat eischen van benoembaarheid alleen dienen te worden gesteld voor

Sluiten