Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom het geene aanbeveling zoude verdienen, de benoembaarheid voor alle betrekkingen, waarvoor een ingenieurdiploma gewenscht is, gelijktijdig te regelen, is mij niet duidelijk. De onzekerheid waarin men verkeert of niet te eeniger tijd de exploitatie der staatsspoorwegen aan eene maatschappij zal worden overgedragen, kan m.i. kwalijk als eene reden gelden.

Voor de spoorwegopzieners zijn voor zoover mij bekend ook in Nederland geene voorwaarden van benoembaarheid gesteld, en my komen die ook niet noodig voor. Mocht de Inspecteur Generaal van een ander gevoelen zjjn, dan kunnen die voorwaarden zeer goed afzonderlijk geregeld worden.

Bij de door den Inspecteur Generaal gemaakte berekening is aangenomen, dat al het technische personeel, waarop thans gerekend is zal moeten blijven en zijne tegenwoordige bezoldigingen en toelagen voortdurend genieten, en heeft hij onder het

Het spreekt van zelve dat de civielingenieurs zich na eene dergelijke benoeming zouden moeten toeleggen op vermeerdering van kennis van stoomwezen en spoorwegmaterieel, evenals nu de ingenieurs van het stoomwezen zich zullen moeten ontwikkelen in de vakken van de speciale spoorweg-techniek.

22. Ook het denkbeeld om bij deze gelegenheid tevens de eischen van zekere cathegoriën van ambtenaren van den exploitatie-dienst vast te stellen verdient m.i. geene aanbeveling zoowel omdat het oneigenaardig voorkomt een regeling ten behoeve van het toezicht tevens dienstbaar te maken aan de regeling van een klein onderdeel van den exploitatie-dienst dat met het toezicht geen rechtstreeksch verband houdt, als omdat hij de onzekerheid omtrent de toekomst der in exploitatie zijnde staatsspoorwegen, het thans vrij overbodig schn'nt om voor een dergelijk onderdeel eene regeling te maken, die toch in de eerste jaren wel geen toepassing zal vinden.

Daarentegen zal men, wanneer men de eischen van benoembaarheid voor de inspecteurs van het toezicht thans wil regelen, eveneens die eischen moeten vaststellen voor de spoorweg-opzieners, hetgeen echter bü' de voorstellen van den Directeur niet is geschied.

23. Boven werd aangetoond hoe het personeel zou worden gevonden voor de technische werkzaamheden aan de afdeeling „spoorwegen" aan het Departement der Burgerlijke Openbare Werken en vermeld dat dit vrü' talryk zal zü'n Zoolang men met aanleg van spoorwegen voortgaat.

Sluiten