Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tevens is hun in het bijzonder het toezicht op het rollend materieel opgedragen.

De opzieners, die met het dagelijksch toezicht op de hun aangewezen spoorweglijnen zyn belast, zyn aan de Inspecteurs ondergeschikt en ontvangen van dezen de noodige bevelen voor' de uitoefening hunner dienstplichten.

Art. 5. De Inspecteurs doen persoonlijke opnemingen van de onder hun algemeen toezicht gestelde spoorwegen, met de tot deze behoorende werken en gebouwen en het rollend materieel, zoo dikwyls zij dit noodig oordeelen.

Art. 6. Ontdekken zij gebreken aan de locomotieven, tenders, rijtuigen, wagens of andere vervoermiddelen, dan geven zy daarvan aan den beambte van den spoorwegdienst, wien het, volgens de spoorwegreglementen aangaat, schriftelijk kennis, en zenden afschrift dezer kennisgeving aan den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

Art. 7. Ontdekken zy afwijkingen van de voorschriften omtrent het toezicht, het gebruik en de inrichting der locomotieven, tenders, rijtuigen, wagens of andere vervoermiddelen, dan geven zy daarvan aan de bestuurders van den spoorwegdienst en aan den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken omstandig bericht.

Art. 8. Indien hun bljjkt dat eenig beambte of bediende van den spoorwegdienst, aan wien het toezicht op of het bestuur van vervoermiddelen is opgedragen, voor zyne betrekking ongeschikt is of zich aan plichtverzuim schuldig maakt, geven zy daarvan aan den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken bericht.

Art. 9. Indien in de gevallen, by art. 8 voorzien, voor de veiligheid van het verkeer gevaar bestaat, geven zy aan den beambte van den spoorwegdienst, wien het aangaat, onmiddellijk schriftelijk kennis van hetgeen gedaan behoort te worden.

Van die kennisgeving doen zy aan den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken mededeeling.

Art. 10. Van alle schriftelijke mededeelingen, die zij, krachtens art. 28 van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten, aan de bestuurders van spoorwegdiensten) doen, wordt door hen onmiddellijk aan den Directeur der Burgerlyke Openbare Werken mededeeling gedaan.

Zonder voorkennis van dezen geven zy aan die bestuurders geene bevelen, waar├╝it kosten voor den staat kunnen voortvloeien.

20

Sluiten