Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 33. Bij ongevallen, of buitengewone omstandigheden, bedoeld in art. 148, van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten en art. 97 van het Algemeen Reglement voor den dienst en het vervoer op de secundaire spoorwegen, begeven zij zich, na van het gebeurde, zoo mogelijk per telegraaf, aan den Inspecteur te hebben kennis gegeven, ten spoedigste naar de plaats der gebeurtenis, zoo mogelijk gebruik makende van de hulplocomotief, die er heen gaat, en stellen zjj een plaatselijk onderzoek in, waarvan zij den uitslag aan den Inspecteur mededeelen.

Art. 34. In het algemeen geven zij, ook buiten hetgeen in de voorafgaande artikelen afzonderlijk is voorgeschreven, den Inspecteur schriftelijk kennis van al hetgeen in de uitoefening van den spoorwegdienst in zijn geheelen omvang tot bezwaren aanleiding geeft.

Art. 35. Afgescheiden van de bijzondere berichten, waartoe het dagelijksch toezicht kan aanleiding geven, doen zn" vóór den vijfden van elke maand verslag van den dienst, in zijn geheelen omvang, over de voorafgaande maand, ieder voor zooveel het gedeelte betreft, waarover hem het dagelijksch toezicht is opgedragen.

Deze verslagen worden in den door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken voorgeschreven vorm opgemaakt.

Art. 36. Zij maken proces-verbaal op van de overtredingen van de in art. 4 genoemde Algemeene Reglementen, en van de verder in art. 21 genoemde reglementen, regelingen, enz. en zenden die processen-verbaal aan de bh' art. 233 van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten aangewezen ambtenaren.

Een dubbel wordt, met de vereischte toelichtingen aan den Inspecteur gezonden.

Sluiten