Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan hebben deel te nemen, voor zooverre betreft het toezicht op het rollend materieel en de behandeling van belangrijke gevallen.

Van eene persoonlijk uitoefening van het toezicht door den Hoofdinspecteur, Hoofd der afdeeling „Spoorwegen" en Chef van den dienst dér Staatsspoorwegen, kan uit den aard der zaak geen sprake zh'n. Deze zal de behandeling der daaraan verbonden werkzaamheden onder zyne hoofdleiding'moeten overdragen aan de bh' zijne Afdeeling werkzame Hoofdambtenaren. Ook deze zullen den tijd missen tot het houden van eenig persoonlijk toezicht en zullen derhalve in de niet zeldzame gevallen, waarin persoonlijke opname en gedachtenwisseling vëreischt wordt, daartoe een ondergeschikt ambtenaar afvaardigen.

Men komt langs dezen weg onvermijdelijk tot het stelsel, waartegen steeds, en aar onze meening terecht, gewaarschuwd is, dat het toezicht op de particuliere lynen wordt overgelaten aan ambtenaren der Staatsspoorwegen en wel nu eens aan dezen, dan aan genen ambtenaar. Deze ambtenaren kennen slechts den dienst der Staatspoorwegen; zy' hebben geene gelegenheid en geene aanleiding om zich op de hoogte te stellen van de inrichting der ondernemingen, welke zy' hebben te beoordeelen; zij zyn ten slotte niet verantwoordelijk voor hunne adviezen.

Waar, als in Nederlandsch-Indië, het regeeringstoezicht zich uitstrekt over particuliere spoor- en tramwegen ter gezamenlijke lengte van ongeveer 2500 kilometers, mag de wensch niet ongerechtvaardigd worden geacht, dat dit toezicht worde ingericht als een afzonderlijke tak van dienst, onder leiding van een ambtenaar van hooge ontwikkeling met eigen verantwoordelijkheid.

De bestaande regeling, welke het toezicht opdraagt aan den Departementschef, bijgestaan door het Hoofd der afdeeling „Spoorwegen" en onder de bevelen van den Departementschef het toezicht doet uitoefenen door den Inspecteur der spoorwegdiensten, met hulp van den spoorwegopzieners voor het dagelijksch toezicht, beantwoordt in hoofdzaak aan hetgeen naar onze bescheiden meening voor eene deugdelijke uitoefening van het regeeringstoezicht wordt vereischt.

Wy richten derhalve tot Uwe Excellentie het eerbiedig verzoek aan de Regeering van Nederlandsch-Indië eene regeling in dezen zin te willen aanbevelen.

De Directie

der Samarang-Joana —, Oost-Ja va —, Serajoedal — en Semarang-Cheribon Stoomtram-Maatschappij en

(w.g.) GERLINGS.

Sluiten