Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goedkeurende autoriteit.

Personeel, waai over de regelin zich zal uitstrel ken.

vatten en derhalve elke wijziging aanleiding zal geven tot het vragen van ontheffing of van eene nieuwe goedkeuring.

Dit zou tot ernstige bezwaren leiden; de regeling der dienst- en rusttijden moet zich aanpassen aan voortdurend wisselende omstandigheden en het is daarom een vereischte, dat zij zonder vertraging gewijzigd moet kunnen worden. Voor zooverre bekend, gaat de overheidsbemoeiing op dit gebied nergens verder dan het stellen van algemeene regelen. Het is wenschebjk dat men zich ook in Nederlandsch-Indië hiertoe beperkt.

§ 3. Het is onvermijdelijk, dat de overheidsbemoeiing, ook waar deze in beginsel gerechtvaardigd is, aanleiding geeft tot administratieve omslag en vertraging. Daar deze nadeelen zich bn' elke beslissing, die vereischt wordt, herhalen, schuilt er een ernstig gevaar in wanneer de overheidsbemoeiing in zoodanigen vorm wordt geregeld dat voor eiken maatregel van ondergeschikten aard eene voorafgaande goedkeuring wordt vereischt.

In het by zonder geldt dit voor eene kolonie, waar de Regeering niet te allen tijde te beschikken heeft over een voldoend aantal deskundige ambtenaren.

Tot vermindering van het hier aangewezen bezwaar verdient het aanbeveling de medewerking der hoogste autoriteit niet te eischen waar de beslissing slechts een formeel karakter draagt, maar hare tusschenkomst te beperken tot de gevallen, waarin verschil van meening bestaat. Naar dezen gedachtengang ware te bepalen, dat de goedkeuring van de regeling der dienst- en rusttü'den niet geschiedt door den Gouverneur-Generaal, maar door den Directeur van Gouvernementsbedrijven, met.gelegenheid tot hooger beroep op den landvoogd.

r- § 4. Het is in het algemeen — met name ook in Nederland — eene moeilyke opgaaf gebleken in een wette"lijk voorschrift met juistheid aan te geven voor welke categorieën van spoorwegpersoneel de overheidsregeling deidienst- en rusttü'den wordt gewenscht.

Het schrijven van den DepartementscKef spreekt in het eerste lid van het ontworpen artikel 29a A. S. R. (artikel 4b A. T. R.) eenvoudig van „het personeel der spoor(tram)wegdiensten." Het levert bezwaar op, de omschrijving aldus in een wettelijk voorschrift op te nemen; men

Sluiten