Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou daardoor de vrijheid missen bh' de toepassing de regeling achterwege te laten voor de beambten, wier diensttijd (personeel der bureaux en der werkplaatsen) niet behoeft of zelfs (toezichthoudend personeel) niet behoort geregeld te worden.

In Nederland heeft men bij de tramwegen het wettely'k voorschrift (Tramwegreglement 1902 Art. 50) beperkt tot de beambten, wier werkzaamheden op de veiligheid van het verkeer van invloed kunnen zyn.

Wat het personeel van den stations-, trein-, onderhouds-, en bewakingsdienst betreft, is echter de grens moeilh'k te trekken tusschen hen die wel en hen die niet werkzaamheden verrichten, verband houdende met de veiligheid. Uit dien hoofde heeft men bh' de spoorwegen in 1899 het voorschrift (A. R. D. Art. 113) toepasselijk verklaard op het personeel, belast met de uitoefening van den dienst of met de zorg voor het veilig verkeer.

Deze redactie bleek te ruim, daar zy het toezichthoudend personeel in zich sloot, welks diensttijd men niet aan bepaalde uren wilde binden. Aldus is men er toe gekomen in het thans geldende Algemeen Reglement voor den Dienst (Art. 85) eene opsomming te geven van de categorieën van personeel, voor wie de overheidsbemoeiing met diensten rusttijden overbodig wordt geacht.

In Indië de uitwerking van het wettelijk voorschrift overlatende aan het uitvoerend gezag, zal het wellicht de eenvoudigste oplossing zyn aan de autoriteit, die goedkeurt, de beslissing over te laten, voor welke categorieën van personeel regelen noodig worden geacht.

Redactie der nieuwe bepaling

§ 5. In overeenstemming met het voorafgaande wordt Voor het eerste lid van het ontworpen artikel 29a A. S. R. (artikel 4b A. T. R.) de volgende lezing aanbevolen:

„1) Regelen, welke by de vaststelling der dienst- en „rusttijden van het personeel der spoor(tram) wegdien„sten zyn in acht te nemen, worden, ten aanzien van die „categorieën van personeel voor welke de Directeur van „Gouvernementsbedrijven dit in het belang van de behoorlijke uitoefening van den dienst of van de veiligheid van „het verkeer noodig acht, door* de bestuurders aan diens „goedkeuring onderworpen.

„2) Wordt tusschen den Directeur van Gouverne„mentsbedrijven en de bestuurders binnen redelijken ter„mjjn geen overeenstemming bereikt, hetzy' omtrent de

21

Sluiten