Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Regeering, indien zij de regeling uit dat oogpunt onvolkomen acht, zal achterwege behooren te blijven.

De redactie der ontworpen reglementsaanvulling geeft de bedoeling, zooals deze thans blijkt te zijn, niet juist weer. Immers de daarin aan den Directeur van Gouvernementsbedrijven opgedragen beoordeeling in hoeverre de regeling aan redelijke eischen voldoet, stelt den Departementschef — en in hooger beroep den Gouverneur-Generaal — verantwoordelijk voor de billijkheid der vastgestelde regeling. Die verantwoordelijkheid zal zich uitstekken tot de geringste détails.

Dit zal ook gelden voor de loonregeling, want ook deze zal aan, naar het oordeel der Regeering, redelijke eischen moeten voldoen.

Hoewel zulks in het schrijven van 7 Januari 11. niet uitdrukkelijk is uitgesproken, kan dezerzijds na de ontvangen toelichting slechts worden aangenomen, dat de aanvankelijk ontworpen redactie van Artikel 3a A. S. R. (Artikel 4a A. T. R.) door eene andere zal worden vervangen.

B. Dienstreglement.

In het bovenvermelde schrijven dd. 7 December 11. geeft de Directeur van Gouvernementsbedrijven als zijne zienswijze te kennen, dat de beoogde wijzigingen van het Algemeen Tramweg Reglement slechts eene omschrijving vormen van zaken, welke reeds thans ingevolge artikel 4 alinea 3 van gemeld reglement geëischt zouden kunnen worden. Bedoeld wordt dat de Directeur bevoegd zou zijn de door hem gewenschte bepalingen in het dienstreglement te doen opnemen.

Deze zienswijze kan op de hieronder aangevoerde gronden niet als juist worden erkend.

Het voorschrift in het A. T. R., dat voor tramwegdiensten een dienstreglement wordt vastgesteld, is eene navolging van het overeenkomstige voorschrift voor spoorwegen, opgenomen in het Algemeen Reglement voor de Spoorwegdiensten, hetwelk, op zijne beurt, de bepaling heeft ontleend aan Art. 6 der Nederlandsche spoorwegwet van 1875, overeenstemmende met Art. 5 der spoorwegwet van 1859.

Bij de behandeling van laatstbedoelde wet werd de strekking van het dienstreglement door de Regeering in de navolgende bewoordingen toegelicht :

„Het dienstreglement zal aan ieder, hetzij bestuurder, hetzij beambte „of bediende, zijne verplichtingen ten aanzien van den dienst voorschrijven". ,

Voorts werd gezegd dat onder „dienst" was te verstaan de „exploitatie in haren geheelen omvang".

Eindelijk gaf de Regeering tot toelichting van Art. 24 der spoorwegwet van 1859, overeenkomende met Art. 27 der wet van 1875, het volgende te kennen:

Sluiten