Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De algemeene maatregel van inwendig bestuur hierbedoeld, zal, in „tegenstelling van de bijzondere dienstreglementen, welke door elke spoorwegonderneming afzonderlijk worden vastgesteld, algemeen voor alle „spoorwegdiensten gelden".

Volledigheidshalve zij hierbij opgemerkt, dat op de plaatsing van een voorschrift in het eene of het andere reglement ook van invloed kan zijn de wensch om aan het voorschrift strafrechtelijke sanctie te verleenen.

Uit het hierboven aangehaalde is af te leiden dat, naar de bedoeling van den wetgever, het dienstreglement de taak behoort te omschrijven van het aan de exploitatie verbonden personeel, zoomede de verplichtingen van dit personeel ten opzichte van de exploitatie in den ruimsten zin van het woord en in verband daarmede ook de onderlinge dienstverhouding, een en ander voor zooverre het niet noodzakelijk wordt geacht de algemeene toepasselijkheid der voorschriften op alle spoorwegdiensten te verzekeren.

De regeling van andere verplichtingen der beambten, dan hierboven vermeld, en die hunner rechten liggen derhalve buiten het terrein van het dienstreglement. Hierdoor is het te verklaren dat in het jaar 1903 er in Nederland niet over gedacht is de regeling der dienstvoorwaarden en loonen van het personeel der hoofdspoorwegen in het dienstreglement op te nemen, niettegenstaande de Minister bevoegd is veranderingen daarin te bevelen.

Tegen het opnemen in het dienstreglement van voorschriften betreffende dienst- en rusttijden zou in beginsel geen bezwaar kunnen worden gemaakt. Deze voorschriften zouden dan echter bepaald aangegeven regelen moeten behelzen. Eene bepaling, dat de regeling van de diensten rusttü'den aan de goedkeuring der Regeering is te onderwerpen, zou een voorschrift zü'n, dat naar dezerzüdsche meening niet in het dienstreglement zou kunnen worden opgenomen, daar het eenvoudig, voor een onderdeel, eene herhaling zou bevatten van hetgeen reeds in Art. 4 alinea 1 A. T. R. voor het dienstreglement in het algemeen is bepaald.

's-GRAVENHAGE, 22 Maart 1915.

De Directie der Samarang-Joana, Oost-Java, Serajoedal en SemarangCheribon Stoomtram-Maatschappijen.

3. D. DONKER DUYVIS J. Th. GERLINGS.

De Raad van Beheerder Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij.

J. KRAUS. LUCARDIE.

Sluiten