Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XXXVI.

Regeling van den dienst van het toezicht op de Spoor- en Tramwegen (Stbl. 1917 No. 322).

Art. 1.

Het toezicht op de spoor- en tramwegen vormt een afzonderlijken dienst behoorende tot het Departement van Gouvernementsbedrijven en wordt, onder de bevelen van den Directeur van genoemd Departement beheerd door een hoofdambtenaar met den titel van: „hoofd van den dienst van het toezicht op de spoor- en tramwegen".

Art. 2.

De dienst van het toezicht op de spoor- en tramwegen omvat:

a. ten aanzien van alle voor algemeene verkeer bestemde spoor- en tramwegen in Nederlandssch-Indië, welke niet door het Land worden aangelegd of geëxploiteerd, het algemeen en dagelijksch toezicht op den aanleg en de exploitatie, overeenkomstig hetgeen bepaald is in de alger meene spoor- en tramwegreglementen;

b. het dagelijksch toezicht op de naleving van alle krachtens voorgenoemde reglementen door den Gouverneur-Generaal of door den Directeur van Gouvernementsbedrijven voor de onder a bedoelde spooren tramwegen, de laatste voor zoover niet van uitsluitend of overwegend plaatselijk belang, vastgestelde of goedgekeurde voorschriften en regelingen, op de toepassing van tarieven en voorwaarden van vervoer, op de naleving van aan de concessie verbonden en van andere door den Gouverneur-Generaal of door dien Directeur gestelde voorwaarden, zoomede op de uitoefening van den spoor- en tramwegdienst zeiven;

c. ten aanzien van de staatsspoor- en tramwegen het algemeen toezicht, overeenkomstig het bepaalde in de algemeene spoor- en tramwegreglementen, volgens door meergemelden Directeur te geven aanwijzingen.

Art. 3.

Het hoofd van den dienst oefent zyn ambt uit overeenkomstig eene door den Gouverneur-Generaal vast te stellen instructie.

Art. 4.

(1). Het gebied van Nederlandsch-Indië wordt met betrekking tot den dienst van het toezicht op de spoor- en tramwegen verdeeld in in-

Sluiten