Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stande dat van geen der daartoe behoorende personen de bezoldiging ƒ 150.— 's maands zal mogen bedragen of te boven gaan.

Het aantal dier personen regelt zich naar de totaalsom, welke jaarlijks in den vorm van een globalen post voor bezoldiging van dat personeel op de begrooting wordt gebracht.

Art. 6.

De hoofdingenieurs-afdeelingshpofden en de onderafdeelingshoofden kunnen door het hoofd van den dienst, onder goedkeuring-van den Directeur van Gbuvemementsbedrijven, op het kantoor van het hoofd of van een der hoofdingenieurs-afdeelingshoofden worden werkzaam gesteld.

Art. 7.

Als voorwaarde van benoembaarheid tot hoofd van den dienst, hoofdingenieur-afdeelingshoofd en ingenieurs bij den dienst van het toezicht op de spoor- en tramwegen wordt gesteld het bezit van een diploma als civiel ingenieur, werktuigkundig ingenieur of electrotechnisch ingenieur van de Technische Hooge School te Delft dan wel een daarmede naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal of, ingeval van uitzending uit Europa, van den Minister van Koloniën, gelijkwaardig buitenlandsch diploma.

Art. 8.

1) De benoeming tot eene betrekking, waaraan regelmatige bezoldiging verbonden is, geschiedt op de laagste daaraan verbonden bezoldiging, tenzij hu", die de benoeming doet, meent billükheidshalve eene hoogere aanvangsbezoldiging te moeten toekennen.

2) Heeft de benoemde in eene vorige Landsbetrekking eene bezoldiging genoten, gelükstaande met of hooger dan vorenbedoelde laagste bezoldiging, dan kan de tijd, gedurende welken hij die bezoldiging genoten heeft, voor het toekennen der verhoogingen in de nieuwe betrekking mede in rekening worden gebracht.

3) De regelmatige bezoldigingsverhoogingen worden slechts verleend bh' voldoende geschiktheid, behoorlijk gedrag en goede plichtsbetrachting, ter beoordeeling van het hoofd van den dienst.

4) Bij buitengewone geschiktheid en uitmuntende plichtsbetrachting kunnen de aan eene betrekking verbonden bezoldigingsverhoogingen worden toegekend vóór het verstrijken van den daarvoor gestelden termijn.

Art. 9.

1) De hoofdingenieurs-afdeelmgshoofden en de onderafdeelingshoofden, die onderscheidenlijk aan het hoofd van eene inspectie-afdeeling

Sluiten