Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XXXVIII.

Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods Koningin der Nederlandden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

26 Juli 1918. No. 78.

Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën van 23 Juli 1918, 4de en 6de Afdeeling en Kabinet (P. & T.) No, 16;

Lettende op artikel 67 der voorwaarden van de bij de Koninklijk besluit van 10 Maart 1863, No. 1 goedgekeurde concessie tot het aanleggen en exploiteeren van een spoorweg van Semarang over Soerakarta naar Djokjakarta;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

Vast te stellen de navolgende instructie voor de Gouvernementscommissarissen in Nederland en in Nederlandsch-Indië bij de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij.

Art. 1.

De Gouvernementscommissarissen behartigen bn' de maatschappij de belangen van den Lande en zien toe op de getrouwe nakoming van de verplichtingen, welke op de maatschappij rusten ingevolge hare concessievoorwaarden, dan wel voortvloeien uit door haar met het Land gesloten overeenkomsten.

Art. 2.

De Gouvernementscommissarissen berhartigen bij de maatscrappij de van Koloniën, die bij het plaatselijk comité in Indië den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van bericht en raad, zoo noodig na het inwinnen van inlichtingen.

Art. 3.

1) Zoo dikwijls hun dit noodig voorkomt, of hun daartoe door onzen Minister van Koloniën of den Gouverneur-Generaal opdracht wordt verstrekt, nemen de Gouvernementscommissarissen inzage van de boeken der maatschappij en vragen zn' aan het bestuur de door hen gewenschte inlichtingen.

2) Aan de Gouvernementscommissarissen kan door Onzen voornoemden Minister of den Gouverneur-Generaal worden opgedragen zich daarbij, zoomede bij de vervulling van de ingevolge artikel 5 op den

Sluiten