Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. W. M. van Lanschot, president krijgsraad 3e mil. arrt., Jbs. P. Loeffen, directeur der inrichtingen tot insluiten van krflgsraadarrestanten in de stelling Amsterdam te fort bij Spijkerboor, A. Luitsz, kapt. inf., off. com. te Harderwijk, J. A. Maas, kapt. inf., off. com. te Leiden, Mr. G. A. E. B. Meijer, adv. en proc, Mr. W. F. van Meurs, auditeur-militair 2e mil. arrt., Mr. K. J. van Nieukerken, adv. en proc, Jhr. Mr. F. van Nispen tot Sevenaer, adv. en proc, Mr. G. H. E. Nord Thomson, Mr. J. Offerhaus, adv. en proc, Mr. S. J. Pit, adv. en proc, H. Riem, off. v. adm. le kl. K. M., leeraar militair strafrecht Kon. Inst. voor de Marine, Mr. L. M. Rollin Couquerque, lector militair strafrecht Gemeentelijke Universiteit Amsterdam, redacteur M. R. T., Mr. B. van Rossem, auditeur-militair plv. le mil: arrt., J. Rotgans, off. v. adm. le kl. K. M., lid van den zeekrijgsraad, N. J. J. van Rijn 'van Alkemade, hoofdoff. v. adm. le kl. K. M., lid H. M. G., Mr. H. W. van Sandick, lid H. M. G., Mr. G. Schwartz, secretaris krijgsraad 3e mil. arrt., Mr. J. Sickenga, president plv. zeekrijgraad, Prof. Mr. D. Simons, hoogleeraar in het strafrecht Universiteit te Utrecht, Mr. Estella C. Simons, adv. en proc, Jhr. L. A. P. Six, gep. kol., lid krijgsraad le mil. arrt., Mr. G. van Slooten Azn, president krijgsraad le mil. arrt., P. k. Spaan, gep. kol., toegevoegd-raad H. M. G., P. J. Stigter, kapt. inf., leeraar militair strafrecht K. M. A., Mr. C: W. Thöne, oud-auditeur-militair, rechter arr.rechtbank Almelo, D. Vinkhuijzen, gep. majoor, lid krijgsraad le mil. arrt., J. H. Welsch, gep. majoor, lid krijgsraad 3e mil. arrt., Mr. H. Westerman Jr., fiskaal plv. zeekrijgsraad, E. G. de Wijs, hoofdoff. v. adm. 2e kl. K. M. (77)

De Voorzitter opent te lOVa uur de vergadering en zegt:

Het zij mij, als door mijn ambt aangewezen Voorzitter van de Commissie tot het houden van een Militairen Juristendag, vergund u allen, die aan de opwekking tot deelneming gevolg hebt willen geven, uit naam der Commissie hier hartelijk welkom te heeten. Bijzonderlijk wend ik mij daarbij tot Z.E. den Minister van Marine en tot den vertegenwoordiger van Z.E. den Minister van Oorlog om hun te zeggen, hoezeer hunne tegenwoordigheid hier op prijs wordt gesteld.

Met genoegen zien wij uit de talrijke opkomst, dat de belangstelling groot is en met voldoeniqg constateeren wij, dat gij komt niet enkel van de zijde van hen, voor wie het zwaard slechts een van de symbolen is der justitie, maar evenzeer van hen, die van onze weermacht deel uitmaken of hebben uitgemaakt. Slechts wanneer èn juristen èn militairen — al dan niet rechtstreeks bij de militairrechterlijke organisatie betrokken — hier aanwezig zijn en, zooals wij verwachten, ook beiden aan de gedachtenwisseling aandeel nemen, zal een debat over eene vraag, als hier vandaag aan de orde is gesteld, vruchtdragend kunnen zijn.

Sluiten