Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die vraag, waarover door de uitnemende prae-adviezen van verschillende standpunten licht is geworpen, is er eene van inderdaad groot gewicht en meer dan enkel historisch belang.

Hetgeen de militair-rechterlijke organisatie in den mobilisatietijd, dus in een vijftal jaren, heeft moeten volbrengen, is eene praestatie geweest, die in omvang overtreft al het werk, dat die organisatie in de aan 1914 voorafgaande 50 jaren heeft verricht. De kleine zuster van de gewone rechterlijke macht is in weinige jaren uitgegroeid en tot vollen wasdom gekomen. De justitieele statistiek heeft ons dit in beeld gebracht.

Hoe heeft nu de militair-rechterlijke organisatie in den mobilisatietijd voldaan ? Mag met reden worden getuigd, dat, bij zoo omvangrijken arbeid, in het algemeen ook goed en snel recht is gesproken? Dat dus, voor zooverre van den militairen strafrechter heeft afgehangen, niet alleen tucht en orde in de weermacht en daarnaast algemeene en bijzondere rechtsveiligheid in de maatschappij tegen militaire overtreders behoorlijk zijn gehandhaafd en verzekerd maar dat ook zij, die deel uitmaakten van leger en vloot, over den hem door de wet toegekenden rechter in het algemeen niet te klagen hebben gehad? De debatten van heden, aan de hand van de prae-adviezen, zullen wellicht op deze vragen eenig antwoord vermogen te geven.

Men zal daarbij niet uit het oog verliezen, zooals de prae-adviseurs dit ook geenszins hebben gedaan, onder welke buitengewone en bezwaarlijke omstandigheden de militair-rechterlijke organisatie heeft moeten werken. Het aantal colleges van eerste instantie was althans bij de Landmacht veel te klein; de toerusting zoo wat de procedure in beide instanties als wat het toe te passen militaire strafrecht betreft, was aan de tijdsomstandigheden niet geëvenredigd. Men had wel de weermacht gemobiliseerd maar eene mobiliséering, in welk opzicht dan ook, van de militaire justitie was en is steeds achterwege gebleven. En het verhaal van de pogingen, van de zijde der Regeering ondernomen, om onvolkomenheden in de organisatie op te heffen of althans te verminderen of om de organisatie te versterken en daardoor haar taak te verlichten, zal ook geen boekdeelen behoeven te beslaan. Het scheepje der militaire justitie heeft niet minder dan drie kapiteins en eene goede navigatie wordt daardoor nu niet juist bevorderd. Om kort te gaan, de rechterlijke colleges, zoo weinige als en zóóals zij waren vóór de mobilisatie hebben maar moeten zien hoe zij den steeds wassenden vloed van straf- en tuchtzaken, die over haar werd uitgestort, konden bemeesteren en in goede banen konden leiden. Mocht haar dit gelukken, zooveel te beter; moest het haar mislukken, aan wie de schuld?

Er mogen dus verzachtende omstandigheden zijn te pleiten, wanneer eenig fel requisitoir tegen het werk der militair-rechterlijke organisatie in den mobilisatietijd mocht kunnen worden genomen; daarom gaat het hier niet in de eerste plaats. Wij zijn hier samengekomen om eens na te gaan of er aanleiding is voor het nemen van zoodanig requisitoir en zoo ja, in hoeverre en in welke opzichten

Sluiten