Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik althans ben dien kop nog nooit tegengekomen. Theelectuur is die wet reeds lang niet meer. Zij was het misschien, toen de E. Z. geheel schetsmatig de organisatie en den rechtsgang beschreef maar sedert men in de jaren aan 1912 onmiddellijk voorafgaande getracht heeft meer de puntjes op de i's te zetten, as de lezing van de wet een ware hersenkwelling geworden.

, ..Ifat ik' die meer van inabij bekend ben met de militaire justitie bij de Zeemacht U iets van mijne ervaringen en overdenkingen op dit gebied in verband met de mobilisatie, mogen mededeelen. Ik zal mij daarbij beperken tot de Zeemacht binnen het Rijk in Europa; mt eigen ervaring is mij omtrent den invloed van de mobilisatie op de rechterlijke organisatie buiten het Rijk in Europa niets bekend.

Toen de mobilisatie intrad was de Zeemacht verdeeld over drie Directiën, nl. die van Willemsoord, die van Hellevoetsluis en die van Amsterdam. De Directie Hellevoetsluis is daarna overgegaan in een nieuw opgerichte te Middelburg en die van Amsterdam is spoedig verdwenen en ingelijfd bij de Directie te Willemsoord.

Te Willemeoord zetelde de zeekrijgsraad, tot wiens rechtsgebied behoorden de drie directiën. In elke directie waren werkzaam een officier-commissaris en een secretaris, die te instrueeren hadden de door den commandant der Marine ter plaatse naar den zeekrijgsraad te Willemsoord verwezen zaken.

Werd daarin nu eenige verandering gebracht, toen de mobilisatietoestand intrad? Niet in het minst. Noch bracht daarin verandering de mobilisatie, noch zou daarin verandering gekomen zijn, indien er werkelijk vijandelijkheden uitgebroken waren; want een feit is het. dat de Marine niet kent een militair-rechterlijke organisatie die anders is in vredestijd dan in den tijd waarin een oorlog dreigende is, dan in oorlogstijd zelf. Die taak van de marine brengt mede dat zij altijd min of meer gemobiliseerd is.

Heeft de Marine dan niet iets wat te vergelijken is met een veldleger? Ongetwijfeld. Uit de strijdkrachten, aanwezig in de verschillende directiën, kan een vloot, eskader of minder smaldeel samengesteld worden en zoo iets kan dan vergeleken worden met een veldleger. Maar de samenstelling van zoo'n vloot is niets bijzonders, want ook in gewone tijdsomstandigheden komt het voor, dat een vloot samengesteld wordt b.v voo* vlagvertoon. Daarin is niets bijzonders te zien en de rechtspleging bij de zeemacht ziet daarin ook niets bijzonders.

Bemoeiingen van wetgever of Kroon om bij gewijzigde samenstelling van de zeemacht de rechterlijke organisatie aan de gewijzigde omstandigheden te doen aanpassen zijn onnoodig. In zoo'n geval benoemt de vlootvoogd eenvoudig vuit de onder zijne bevelen dienende officieren president en leden van den zeekrijgsraad, officier-commissaris, fiskaal en secretaris, en de zaak marcheert.

Zoo was de klare, eenvoudige en practische regeling van de rechtspleging bij de zeemacht in haar oorspronkelijken vorm.

Is daarin nu eenige verandering gekomen door de wijzigingen, welke de wet van 1912 heeft aangebracht?

Sluiten