Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strekt heeft in het belang van de beklaagden. Het zy mij vergund om voor hetgeen ik hier vooropstel een sprekend bewijs aan te halen, dat, naar ik vertrouwen mag, ook den geachten hoofdredacteur van het Weekblad van het Recht, die steeds op zoo sympathieke wijze in de bres springt voor de rechten van de verdediging en voor de belangen van de beklaagden, wel volkomen zal overtuigen:

In tallooze zaken, die bij den krijgsraad te 's-Hertogenbosch voor geweest zijn en waarin verdedigers toegevoegd waren, is het slechts een enkele maal voorgekomen dat . een van de heeren van de balie mij vroeg, nog een getuige op te roepen;' een overbodig verzoek om dat ik reeds uit eigen beweging die oproeping had bevolen.

iDe balie zelf dus, die in de allereerste plaats geroepen is, om een lans te breken voor de belangen van den beklaagde, achtte het volkomen overbodig mij te vragen meer getuigen te hooren; wat meer zegt, herhaalde malen heeft de krijgsraad te den Bosch bij pleidooien van de verdedigers dank ontvangen, juist omdat er zooveel getuigen werden opgeroepen.

Men zal wel begrijpen, dat ik, als. deze zaak niet in de stukken was aangeroerd, ze hier niet coram populo ter sprake zou hebben gebracht, omdat dit min of meer den schijn heeft van eigen lof. Maar nu de deugdelijkheid van het onderzoek voor den krijgsra%d in twijfel werd getrokken, achtte ik mij verplicht, dit punt op den voorgrond te brengen, opdat voorkomen worde, dat zich de legende gaat vormen, dat het onderzoek bij den krijgsraad onvoldoende zou zijn, waardoor de militaire rechtspraak een minder goeden naam zou krijgen, dien zij allerminst verdient.

Laat ik liever, in plaats van hierop door te gaan, een oogenblik spreken over het hoofdpunt van deze aangelegenheid: de opleiding van den officier-jurist.

Ten dezen verschil ik volkomen van meening met den vorigen spreker.

Bedrieg ik mij niet al te zeer dan heeft deze nooit zitting genomen in een krijgsraad zooals die colleges onder de nieuwe wetgeving met een burger-president zijn samen gesteld. Hij kent dus niet bij ervaring hunne werking. Ik heb mij dan ook verbaasd hun met zooveel vuur de afschaffing te hooren bepleiten van colleges waarvan hij minder op de hoogte is en de naar mijne dagelijks opgedane ervaring in. hunne gemengde samenstelling van militaire elementen met een burger-president juist zeer goed hebben voldaan.

Het vraagstuk van de juridische opleiding van den officier is beslissend voor verhooging van de rechtskennis van den officiercommissaris, waaraan nog al wat ontbreekt. Het is van groote beteekenis voor de militaire leden van den krijgsraad, het was van veel belang onder de mobilisatie en het blijft urgent ook voor de naaste toekomst.

Met alle waardeering voor het onderwijs dat thans aan . de militaire academie wordt gegeven acht ik het niet voldoende om den

Sluiten