Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den anderen kant — en hier verschil ik van meening met den vorigen geachten spreker —moet zooveel mogelijk het militair karakter van de rechtspraak gewaarborgd blijven en ik voor mij zou het zeer verkeerd vinden, als die rechtspraak werd opgedragen aan burger-colleges.

De tegenwoordige samenstelling — in den geest van de raden van beroep bij de ongevallen verzekering — voldoet m.i. geheel.

Deze rechtspraak moet dus blijven in het kader van de militaire omgeving, maar de president, die jurist is, heeft met den noodigen tact te zorgen, dat het juridisch element in die militaire omgeving, waarin hij zich bevindt, volkomen tot zijn recht komt.

Juist omdat de president zulk een overwegende positie inneemt, zal hij echter 'voorzichtig moeten zijn, zoo o.a. wat betreft den geestestoestand van den beklaagde en voorts voor wat betreft het voprloopig arrest.

' Ik heb de ondervinding opgedaan, dat men in het leger geen goeden kijk heeft op den geestestoestand Van den beklaagde. Het is mij herhaaldelijk gebeurd, dat menschen voor den krijgsraad kwamen, die heel wat op hun kerfstok hadden en geruimen tijd in voorloopig arrest hadden doorgebracht en als ik hen dan uitvroeg — wat ik als president moest doen — en trachtte mij in hun geestestoestand in te denken, bleek mij, dat zij feitelijk niet geheel toerekenbaar waren. De president kan dan ook in dit opzicht niet voorzichtig genoeg zijn, en ik heb er nooit spijt van gehad bij twijfel een medisch onderzoek te gelasten.

Ook over het voorloopig arrest is veel geklaagd en niet ten onrechte. Dat de arrestantenlokalen in kleine gemeenten dikwijls veel te wenschen overlieten, is bekend doch was bij de mobilisatie onvermijdelijk. Maar juist daarom had men met de toepassing van het middel van arrest dubbel voorzichtig moeten zijn.

Tk heb echter den indruk gekregen, dat men het arrest veel te veel en ook veel te lang heeft toegepast, en dat men bij het regiment eigenlijk geen goed overzicht had van de mannen die in arrest waren.

Auditie en krijgsraad werden van het voorarrest niet voldoende op de hoogte gehouden en zoo bleek vaak bij aftrek van het voorarrest in het vonnis, dat de data van het arrest moeilijk te achterhalen waren.

Herhaalde malen heb ik getracht daarin verbetering te brengen en het resultaat is geweest, dat men aan het Ministerie van Oorlog op mijn instigatie zoo welwillend is geweest een jaar geloden bij legerorder voor te schrijven, dat op gezette tijden de regim^nts-cömmandant den auditeur-militair op de hoogte moet houden van allen, die in arrest zijn, met de bijzonderheden zoowel van de personen als van de feiten.

Laat ons hopen, dat op deze wijze het euvel, dat werkelijk bestaat en waarover niet ten onrechte geklaagd wordt, zooveel mogeliik zal worden tegengegaan.

Indien ik de militaire rechtspraak gedurende het mobilisatietijd-

Sluiten