Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat die leden zich over dat honorarium niet beklaagd hebben — het zou misschien in den geest zijn van den tegenwoordigen tijd! — bewijst m.i. te meer voor het edeler motief, waarvoor die leden zich voor dien zwaren arbeid, hebbén beschikbaar gesteld.

Dat er veel achterstand is geweest, ik zelf heb dit ondervonden;, juist daardoor ben ik nog in de gelegenheid geweest óm den nieuwen krijgsraad van naderbij te zien en zijn werken te toetsen aan den ouden krijgsraad, waarin ik zoovele jaren heb zitting gehad. Was ook bij de burgerhjke-rechterlijke organisatie door de vele smokkelaffaires geen achterstand? ook daar was het een chronisch gebrek. Dat nu juist die achterstand bij de krijgsraden geheel toegeschreven moet worden aan de wijze van instructie en de niet-juridische officieren-commissaris, ik moet dit betwijfelen. Daar zouden vele andere oorzaken voor op te geven zijn. Èn dat deze instructies zoo onvoldoende waren, ik meen ook te spreken uit naam van den President y/d krijgsraad uit den Bosch, dat hiervan — althans bn de 3e Auditie — niet veel hinder is ondervonden.

Snel recht is een vereischte en vooral in militaire zaken.

Ieder militair zal beseffen, dat de tucht daarmede gemoeid is, en juist dat langzame, — wij militairen hebben het ondervonden in den mobilisatietijd — heeft zoo ongunstig gewerkt. Of de militair dacht op den langen duur, „dat het zoo'n vaart niet zou loopen, en de klacht misschien in het vergeetboek was geraakt", öf wetende, dat hem toch straf wachtte, ging hij nu maar op de vole door, dat ging in ééne moeite.

Ook die lange voorarresten, die dikwijls nog opgeschort moesten worden, en die soms door aftrek in de plaats van de straf kwamen, werkten fnuikend op de tucht. Waarom vraag ik mij af, moeten d<s klachten, die toch van den C.Ct. uitgaan zoo'n langen hiërarchischen weg volgen? Waarom kunnen die niet rechtstreeks uitgaan van den C.Ct. of van den B.Ct., die toch de straffers zijn in eerste instantie. Hoeveel schakels zouden dan niet gewonnen zijn uit dien hiërarchischen keten, die vooral in den mobilisatietijd door het afgelegen liggen der onderdeden en den afstand zoo ontzettend veel tijd en papier vorderde. Wil men nu de instructie meer juridisch vruchtdragend maken, eenerzijds door voor te stellen om de officierencommissaris eene juridische opleiding te geven? Mij goed, doch dan zou ik willen voorstellen: geef den secretaris eene juridische opleiding en voeg hem toe aan den kapitein-commissaris wij komen dan aan het onderzoek van vóór 1912. Ik heb een 6-tal jaren achtereen in eene dergelijke commissie gezeten, kan en mag er dus over mede praten. Ik heb toen de goede resultaten gezien, dat de auditeurmilitair als jurist daarbij tegenwoordig was.

En wil men dan eene juridische opleiding, dan moet die zijn in Utrecht of Amsterdam op eene Universiteit en niet op de Hoogere Krijgsschool, dan kan de practijk daarnevens beoefend worden en dat is m.i. noodzakelijk. Daar zou de Hoogere Krijgsschool volgens mijne ervaring zich minder goed toe leenen; de studie zou dan te lang duren.

Sluiten