Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op dit laatste recht toeleggen, tvooral de aangewezen verdedigers zouden zijn. Dan zoude in de openbare terechtzittingen voorkomen kunnen worden, dat een advocaat, die wellicht niets voelt voor het militaire leven, uitdrukkingen bezigt, die kwetsend zijn voor een militair of bewijzen geeft, dat hij het niet de moeite waard vindt zich in de militaire rechtspraak in te werken.

Ik heb gemeend met het bovenstaande wat meer op het .goede" te wijzen, al hebben de beide prae-adviseurs het „betere" wellicht in het oog gehad. Daardoor hoop ik, dat bij de „wrijving van gedachten" die moge volgen, voor de „waarheid" het vorenstaande meer belicht moge worden.

We zijn thans hier in Utrecht, de plaats der groote chirurgen, die bij ziekten weten het mes te hanteeren. Mr. de Boer heeft in zijn laatste alinea de diagnose gesteld, dat onze militair-rechterljjke organisatie „ernstig ziek" is.

Waar noodig zette men bij deze zieke ook het mes er in om wonde plekken er uit te nemen. Doch men zij indachtig, dat gezonde gedeelten niet geraakt en uitgesneden moeten worden, daar die voor het leven noodzakelijk zouden blijken te zijn. Zoo ook bij onze militair-rechterlijke organisatie; men bedenke daarbij, dat niet elke verandering eene verbetering is.

I

De Heer Mr. H. Th. Geelings:

Mijnheer de Voorzitter!

Ik gevoel mij, als ik hier het woord ga voeren, zeer beklemd en om nu die beklemming zooveel mogelijk weg te nemen, wil ik vooropstelllen, dat ik geen militair ben, noch ooit geweest ben, en dat ik, evenals een van de vorige sprekers, naïef genoemd kan worden. Dus het zal mij aangenaam zijn, zoo ik dingen zeg die onjuist zijn, door anderen terecht gewezen te worden.

Ik heb mij deze vraag gesteld: is door degenen, die mede te werken hebben aan de militaire rechtspleging, naar behooren hun taak vervuld? Bij deze vraag moet dus elke groep van medewerkers bij het militair strafproces onder de „eereboog" doorgaan.

Nu mis ik in de prae-adviezen en ook in de mededeelingen van de sprekers van heden een zeer belangrijke groep, die toch ook bij het militair strafproces medegewerkt heeft, nl. de groep van de beklaagden.

Ik vraag U, mijnheer de Voorzitter: stel U eens voor een strafprocedure, terwijl er absoluut geen beklaagden zijn!

Ik heb heden van een der sprekers vernomen, dat het bij sommige strafprocessen eene bijzondere moeilijkheid oplevert, dat men geen beklaagde heeft of dat er geen strafbaar feit is; maar ik meen gehoord te hebben, dat dit uitzonderingen zijn.

Mijne vraag is dus: hóe heeft die groote groep van beklaagden medegewerkt bij deze rechtspraak?

Dan wil ik in de eerste plaats opmerken, dat zij in het algemeen

Sluiten