Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer gewillig geweest zijn om te verschijnen. Het heeft zich zelfs voor het Hoog Militair Gerechtshof voorgedaan; dat er iemand kwam, die wel denzelfden naam droeg als de beklaagde doch niet de beklaagde was en door zijn commandant daarheen gedirigeerd was bij gebreke van den beklaagde. Ik ben geen militair; ik kan het mij niet goed indenken; maar ik vermoed dat dit dienstdoen heet: „de dienst moet doorloopen"; heeft men den eenen Jansen niet dan stuurt menl maar den anderen Jansen. En de laatste maakt dan geen bezwaar. ■

Dus mag ik beweren, dat de beklaagden bereidwillig waren om te verschijnen. Zij waren ook bereidwillig om te bekennen.

Men kon hen dikwijls van alles laten verklaren. Op bladz. 41 van het prae-advies -— ik vind dat de vorige sprekers de prae-adviezen te weinig aangehaald hebben — wordt dan ook betoogd: „zij verklaarden gewillig; zij bekenden wat men wenscbte".

Wat wil men nu meer van een beklaagde, heeren rechters voor zoover hier aanwezig, dan dat hij bekent wat men wenscht?

De beklaagden lieten zich heel gewillig maanden lang opsluiten, bijna zonder dat zij verhoord werden en zonder dat zij of hun advocaten begrepen, waartoe het eigenlijk noodig was.

In zijne openingsrede heeft de Voorzitter de vraag aangeroerd, of er over de rechtspraak te klagen zou zijn, en te dien aanzien" heeft Mr. de Boer al vooraf medegedeeld (bladz. 44 van het praeadvies), dat hij menigmaal ernstige protesten in allerlei toonaarden gehoord heeft. Welnu, wat betreft die vraag moet ik zeggen, dat ik de beklaagden van een veel zachtzinniger kant ken.

Het ging aldüs:

Iemand die daar zoo in de cel zat en zei: „ik ben onschuldig en ik zit al zoovele maanden", was zeer gemakkelijk te troosten. Ik vertelde hem dan, dat onschuldigen in ons land in het algemeen niet veroordeeld worden (prae-advies blz. 25) en dat het er toch weinig toe doet, of iemand bij vergissing eenige maanden langer in een slecht of niet verwarmde en in een vrijwel onverlichte cel gezeten heeft dan hij had moeten zitten volgens het daarna uitgesproken vonnis van den rechter.

Wanneer ik navraag doe naar een zaak, die wat lang duurt, en er wordt mij geantwoord: „het dossier is er niet", dan kan het wel eens onpleizierig wezen, wanneer ontslag uit preventieve hechtenis gevraagd wordt, want daarover kan de rechter onmogelijk oordeelen wanneer het dossier niet bij de hand is.

Wanneer de man zoek is, is het ook lastig, maar dan heeft hij er zelf-meestal geen last van, behalve wanneer hij preventief zit. Dan is het heel onpleizierig, maar het pleit op zich zelf niet tegen den beklaagde. Het pleit ook niet tegen hem, wanneer hij ervan doorgegaan is,-zou ik meenen, want dit ligt meer aan den slechten toestand van de arrestanten-lokalen en zoo niet, dan aan de weinige zorg, die ten opzichte van de arrestanten-lokalen kon — ik zeg „kon" —i worden besteed.

Sluiten