Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ieder delict moet worden vervolgd. .De commandeerende. officier, die in staat geacht moet worden om te beoordeelen of een vervolging noodig isj-acht zich in vele gevallen verplicht een delict voor den krijgsraad te brengen, omdat het bij hem wordt aangebracht. , Hij is de man, die in aanraking komt met den beklaagde, die min of meer als een vader heeft te zorgen, dat. de gedaagde zich verbetert en daarom juist is het opportuniteitsbeginsel niet den auditeur-militair, maar den commandeerenden officier gegeven. ■

Men vindt dan ook in de artt. 8 en volgende, van het reglement op de rechtspleging uitdrukkelijk gezegd, dat de korpscomsmandant, wanneer hij meent, dat een beklaagde schuldig is en de zaak van dien aard, dat zij moet worden berecht, deze aan den commandeerenden officier van het garnizoen zal overgeven, die haar verder heeft af te handelen. Volgens art. 11 moet dan nog de commandeerende officier van het garnizoen na advies van den auditeur-militair beslissen of een zaak al dan niet ernstig genoeg is opi vervolgd te worden. Is zij dit naar zijn oordeel niet, dan zal hij zelf straf kunnen en moeten opleggen.

Hoe gebeurt het nu meestal?

In de meeste gevallen wordt nagegaan, of een feit valt onder de bepalingen van het Crimineel Wetboek. Is dit zoo, dan wordt advies gevraagd. In veel gevallen kan dit luiden: het feit valt er onder ■— en de commandeerende officier vervolgt dan.

, De auditeur-militair, die geheel buiten de zaak staat en alleen uit de stukken ziet, dat het feit is gepleegd, kan niet beoordeelen of in een speciaal geval het feit zoo ernstig is, dat het vervolgd moet worden. Bovendien krijgt hij door de opvatting, dat omtrent elk feit advies moet worden gevraagd, zoo ontzettend veel te doeii, dat hij zijn werk toch niet af kan en als gevolg daarvan krijgt de krijgsraad na verloop van tijd veel meer te doen, dan noodig is, allerlei dingen te beoordeelen, waar hij feitelijk niet voor is.

Is het niet bespottelijk, dat een man, die met klein verlof is en in een betrekking, gedwongen wordt voor den krijgsraad te verschijnen, waardoor hij een paar dagen uit zijn werk wordt gehaald, omdat hij een jaar geleden tegen een korporaal heeft gezegd: schoft; of dat een man, die in een driftbui geweigerd heeft te voldoen aan den last om koffie te gaan halen, een half jaar na dato, als hij reeds lang met verlof is, voor dit feit nog voor den krijgsraad moet verschijnen.

Al dit soort feiten, welke bij onderzoek blijken van zoo geringen aard te zijn, zouden toch door den commandeerenden officier kunnen gestraft worden en na een paar weken zijn afgedaan en uitgeboet. Zoo zal de krijgsraad dikwijls bijna gedwongen worden voorwaardelijk te veroordeelen.

Om al deze redenen meen ik, dat het veel beter ware, wanneer de commandeerende officier, die toch feitelijk een vaderlijke taak heeft te vervullen, zorgde, dat er piet meer vervolgd wordt, dan noodig isj

Sluiten