Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de opmerkingen, welke daaromtrent gemaakt zijn, kan ik volkomen onderschrijven. Alleen wil ik nog een enkele aanvulling geven.

Het komt mij voor, dat hier op de instructie te veel nadruk wordt gelegd. En dat is heel duidelijk, omdat wij ons als juristen in de eerste plaats met de instructie hebben bezig te houden. Wij kennen eigenlijk hetgeen aan die instructie vooraf gaat in het algemeen practisch niet, en zijn dus geneigd, om op de instructie het meest den nadruk te leggen. Toch komt het mij voor, dat voor het proces niets zoo belangrijk is als het huishoudelijk voor-onderzoek. En dit laat bij den troep alles te wenschen over om de eenvoudige reden, dat er geen menschen zijn, van wie gevergd kan worden, dat zij dat behoorlek houden. Nu zegt men — ik heb het meermalen nu gehoord — dat daarvoor noodig is een juridische opleiding, maar die meening deel ik niet. Het komt mij voor, dat wij hierbij veeleer moeten kijken naar de vrije maatschappij, waar het voor-onderzoek geschiedt door recherche en politie en nu hebben vrij in het leger ook dergelijke soort politie noodig. Eigenlijk bestaat die soort politie al; wij hebben de maréchaussee, die den loop van het proces, de instructie, voorbereiden. Wij hebben van, hen vaak voortreffelijke processen-verbaal, die in de instructie kunnen worden toegelicht. Hun zou het opsporings-onderzoek in het algemeen in het leger kunnen worden opgedragen.

Daarom is het niet noodig, dat wij een nieuwen stand van juristen gaan oproepen in het leger.

• Het opsporen is geheel iets anders dan het berechten van een zaak, en hoe moeten wij nu tot een goede regeling daarvan komen ? De Rechtspleging spreekt niet van een voor-onderzoek, kon daarvan bij gebreke van het benoodigde instituut ook niet spreken, en dit moeten wij verbeteren door te kijken naar de burgermaatschappij, naar het Wetboek van Strafvordering. In onze Rechtspleging moeten worden overgenomen de verschillende bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering, voor zoover zij op het leger van toepassing kunnen zijn, en zij, die met mij in de praktijk zijn werkzaam geweest, zullen met mij eens zijn, dat een groot deel van het Wetboek van Strafvordering uitstekend past in onze Rechtspleging. Natuurlijk wat het zuiver militaire betreft niet, maar laat ons wel in het oog houden, dat het meeste van hetgeen waarlijk moeilijk te berechten is in onze militaire maatschappij, eigenlijk betreft commune delicten. De praktijk heeft aangetoond, — ik heb het in vele stukken kunnen ontdekken — dat commandanten dan de hulp inroepen van de politie, en met succes; dat heeft ons voor heel wat onaangenaamheden en schrijverij gevrijwaard. Er is geen enkel bezwaar om dat voorbeeld te blijven volgen. Met het oog op het voor-onderzoek kunnen bij grootere onderdeelen maréchaussee gedetacheerd worden, die de speurdiensten verrichten, evenals in de maatschappij zü, die gerechtigd zijn tot het opmaken van een ambtseedig proces-verbaal.

Verder kunnen zij, die inderdaad aanleg hebben voor het voor-

Sluiten