Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

delijk voorgekomen, dat de auditeur-militair een tweede Sherlock Holmes moest wezen om te weten, waar het dossier gebleven was. Wat 'dit betreft ben ik over de medewerking van de militaire autoriteiten gedurende de mobilisatie alles behalve voldaan.

Eenige woorden mogen op deze plaats niet achterwege blijven, wanneer het geldt de positie te behandelen van de vervolgende militaire autoriteiten en van den auditeur-militair. Ik heb gezegd, dat het mij voorkomt, dat de bevoegdheid om over de vervolging te beslissen gerust kan worden gelaten aan den auditeur-militair. Reeds aanstonds zijn velen daartegen opgekomen, terwijl de heer de Boer gezegd heeft, dat daardoor aan een hoofdbeginsel van de militaire wetgeving schade werd toegebracht. Mr. Hamburger heeft geschreven, dat daaraan wel niet kan worden getornd. Welnu, Mijn.heer de Voorzitter ik doe dit wel. Ik geloof dat het geheele idee dat de militaire autoriteit het initiatief voor de vervolging moet nemen uit den tijd is. Het dateert uit den tijd, dat men dacht, dat het instellen van een strafvervolging een particuliere aangelegenheid van den beleedigde was èn dat deze vrijelijk kon beslissen of een vervolging zou volgen, dat er een zoen zou plaats hebben. In het militaire overgezet beteekent dit idee: de soldaat, die een strafbaar feit pleegt, randt daarmede de militaire autoriteit aan. Deze moet derhalve beslissen of er verder werk van zal gemaakt worden.

Het is het oude denkbeeld van de private strafvervolging. In den nieuweren tijd, nu de positie van den auditeur-militair vrijwel gelijk is geworden aan die van den officier van justitie, kan men daarmede gerust breken. Men zou echter kunnen vragen of ook hier geen compromis mogelijk is. Ik meen van wel. Als men een misdrijf van bepaald militair karakter zou kunnen maken tot iets, dat overeenkomt met hetgeen in de burgerlijke justitie genoemd wordt het klacht-delict, zou zy door de militaire autoriteit al of niet kunnen worden, aangebracht. Intusschen, de drang om de personen te brengen in de openbare zitting van den krijgsraad is veel sterker bij de chefs van de verdachten, dan bij den auditeur-militair. Het aantal adviezen tot disciplinaire afdoening, dat uitgaat van den auditeurmilitair, is legio. 'WM'm^

Het denkbeeld, overigens, van Mr. de Boer om het plaatsbureau te vervangen door den chef van verdachte, vind ik niet aanlokkelijk. Als men de vervolgingsbevoegdheid geeft aan de chefs van de verdachten, schept men allerlei moeilijkheden, voordat de zaak bij den krijgsraad is gebracht, want dan komt de vraag van de competentie te veel naar voren. Men heeft heden gehoord dat bij de Marine al twijfel kan rijzen omtrent de vraag of iemand moet wordne verwezen doof dén commandant van de Gezantschapswacht te Peking of door dé maritieme autoriteit te Soerabaja. In Nederland is dit al precies' zoo. Wij hebben groote moeilijkheden gehad met de mitrailleur-pelotons. Niemand wist of een officier, die na de gedeeltelijke demobilisatie daarbij was ingedeeld, viel onder de strafbevoegdheid van dengeen die het peloton commandeerde of niet.

Sluiten