Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een enkel woord nog over den secretaris. ,

Ik heb verdedigd, dat de secretaris eenige rechtsgeleerde voorstudie moetj hebben genoten. Dit moet men echter niet zóó verstaan, dat de secretaris doorkneed moet zijn in het recht. Verre vandaar. Hij behoeft geen romeinsch of kanoniek recht te kennen, of op goeden voet te staan met de glossatoren. Ik schenk hem ook gaarne het burgerlijk recht, wanneer hij maar in staat is het crimineel wetboek en de, burgerlijke strafwet te verstaan en in haren samenhang te overzien. Dit heeft hij noodig, niet zoozeer om de terechtzitting bij te wonen en de secretarie te leiden, als wel om zijn eigenlijk werk van secretaris, het concipieeren van, vonnissen, te verrichten.

De heer de Boer meent, dat dit het werk van den president is, maar dit is naar mijne meening onjuist.

De krijgsraad en de president;,moeten het concept, zooals het ter tafel is gebracht, zoo noodig verbeteren, er iets aan toevoegen, of wijzigen. Kortom zij hebben de retouche. Daarvoor is de resumtiezitting. Het klerkenwerk, in hoogeren zin dan genomen, is de taak van den secretaris.

Men moet deze taak overigens weer niet te hoog aanslaan.

Onze strafvonnissen — ook van den burgerlijken rechter —■ zijn ten slotte door allerlei oorzaken geworden een volkómen noodelooze eierendans te midden van tallooze nietigheden, welke men vermijden moet.. Er worden vellen papier volgeschreven om te maken, dat oen vonnis niet nietig is en ten slotte is het een groote nulliteit want er staat niet in, wat den beklaagde en het publiek het meest interesseert, nl. de reden waarom hij die en die straf heeft gekregen.

Dit kan gerust anders.

Ik mag hier aanhalen een woord van Mr. Nederburgh in het Weekblad van het Recht, die er op wijst dat men niet altijd behoeft te gaan naar het buitenland, maar uit onze Koloniën ook nog wel wat kan leeren. In Nederlandsch-Indië is toch kort geleden nog bepaald, dat strafvonnissen van college's, die in sommige opzichten met den krijgsraad wel mogen worden vergeleken, niet zoo uitgebreid behoeven te zijn en dat het voldoende is in een vonnis op te nemen de gronden, waarop is veroordeeld, waarop is schuldig bevonden, zonder daarbij den geheelen inhoud der bewijsmiddelen op te nemen. De motiveering wordt daarmede niet afgeschaft, maar zóó vereenvoudigd, dat alle zgn. cassatie-heerlijkheden uit het vaarwater verdwijnen.

Wanneer dit bij ons werd ingevoerd zou men misschien voldoenden tijd en papier overhouden om ook eens een woordje te wijden aan hetgeen hen voor wie 't vonnis is bestemd wél- interesseert, namelijk de strafmate en speciaal waarom in dit en dat geval deze of dié straf noodig wordt geoordeeld. Dit vindt men thans zelden m een vonnis en toch behoort er dat juist in te staan.

Thans nog een woord over de rechtskundige opleiding ^van de militairen. Ik acht deze voor den secretaris noodig, maar ik'wensch een waarschuwend woord te laten hooren, hiertegen: dat men haar

Sluiten