Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu nog een slotwoord.

Men heeft mij min of meer bedekt verweten, dat ik nog al optimistisch ben geweest en dat ik nog al voldaan was over onze organisatie in mobilisatietijd. Ik erken, dat ik daarmede niet in de mode ben geweest, vooral niet in dezen tijd, waarin de menschen allen met lange en zure gezichten rondloopen en de ontevredenheid het wachtwoord van den dag is.

Het is moeilijk om voor voldaan en niet voldaan zijn bewijzen aan te voeren. Er is een Fransch versje dat zegt, dat men allen lof onmiddellijk zonder argumenten aanvaardt, maar dat men, wanneer er iets aan te merken is, direct de volledige bewijzen eischt. Dat dit een Fransch én niet een Nederlandsch versje is, is duidelijk. Hier is het precies het tegenovergestelde. Wanneer men iets wil afbreken, wanneer men over iets een slechte kritiek uitspreekt, dan kan men zich gerust aan elk bewijs spenen; maar wanneer men iets wil loven en omhoog heffen, dan wordt onmiddellijk een groote macht van bewijzen vereischt.

Gevraagd wordt van daag of wij voldaan kunnen zijn.

Per slot van rekening is dit natuurlijk eenigszins een quaestie van smaak en gevoel, en niet van getallen.

In vroeger tijd werd de Groot-Mogol eenmaal per jaar gewogen; wanneer hij dan een pond was aangekomen, concludeerde men daaruit dat er voortreffelijk geregeerd was en werd er onmiddellijk een volksfeest gelast. Na de magere jaren, welke wij doorgemaakt hebben, zou ik mij niet gaarne aan die proef willen onderwerpen; maar er is misschien een ander bewijs. Op bewijs heb ik reeds een enkele inaal gedoeld.

Wanneer door ingenieurs een spoorwegbrug gebouwd is en die brug moet onderzocht worden, dan gaat men haar belasten. Men belast de brug dan niet met de zwaarte van een enkelen zwaren goederentrein, maar met een gewicht dat vele malen dat gewicht overtreft. Dan gaan de ingenieurs er bij staan en wanneer de brug niet al te veel doorbuigt, dan zeggen zij tot elkander: die brug is goed.

Wij hebben hier te doen met een andere brug, de brug van het feit tot het oordeel daarover.

Die brug is belast geweest gedurende een eeuw met het gewone gewicht, de rechtspraak in vredestijd; nu komt de moeilijke tijd van den oorlog, en wordt dat gewicht vertienvoudigd. Wij staan nu bij die brug en zien, dat zij een beetje-is doorgezwikt, en dat haar gebreken, — die zij, zooals alles wat van menschenhanderi is, natuurlijk heeft, -— beter aan het licht komen. Maar zij heeft het uitgehouden! En dan durf ik het wagen, om te zeggen: die brug deugt nogal zonder te zeggen, dat zij voortreffelijk is!

Die belasting is het bewijs.

Mijnheer de Voorzitter. Laat ons in deze donkere tijden ook eens ergens mede „zoo tamelijk tevreden" zijn.

Men moet niet streven naar de vervulling van al zijn wenschen; het is misschien goed, om nog iets over te houden. Men blijft dan

Sluiten