Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkeeren in het naieve geloof, dat wanneer ook die wenschen vervuld mochten zijn, men zich totaal gelukkig zou gevoelen. En laat men ook niet al te ontevreden blijven, want het is in de geschiedenis herhaaldelijk aangetoond — en misschien in den kaatsten tijd nog op zeer drastische wijze, — wie niet met guldens tevreden is, dien straft onze Lieve Heer tenslotte met dubbeltjes en centen.

De heer Me. M. H. de Boek, prae-adviseur:

Mijnheer de Voorzitter! Wanneer de •pijlen, die op -den heiligen Sebastiaan zijn afgeschoten, van niet kwaadaardiger aard zijn dan die heden door de verschillende debaters zijn afgeschoten op de prae-adviseurs, zal het met den heiligen Sebastiaan nog wel gaan! Want bij alle verschil van inzicht, dat tusschen de verschillende debaters en de praeadviseurs heeft geheerscht, is er toch een zekere kern van eenstemmigheid waar te nemen, die het gemakkelijk maakt, het juiste middel tot afweer te onderkennen. Men kan natuurlijk over de verschillende punten, die ter sprake zijn gekomen, van meening verschillen; men kan ook verschillen over den omvang van de vraag, die aan het hoofd der prae-adviezen is afgedrukt. Ér zijn sommige punten ter sprake gebracht, waarvan het voor betwisting vatbaar is, of zij betreffen de organisatie, dan wel meer de rechtspleging, en er zijn andere, waarvan men weer om andere redenen kan zeggen, dat zij hier niet ter sprake kunnen komen, bijv. omdat zij geen omstandigheden betreffen, waarop de mobilisatie haar invloed heeft uitgeoefend.

Nu zult u mij ten goede houden, Mijnheer de Voorzitter, wanneer ik die punten, die hier zijn aangeroerd, en waarvan ik meen dat zij niet ter sprake hadden behooren te komen, ook met het oog op den 'korten tijd — want op zich zelf zijn die punten zeer belangrijk — buiten bespreking laat, zonder telkens de reden*te noemen, waarom 'ik ze niet bespreek.

Bij de verschillende sprekers, die heden morgen het woord hebben gevoerd, is een zekere principieele lijn waar te nemen, een lijn, die zich vooral uitstrekt tusschen het straf- en het tuchtrecht. De meeste van die sprekers hebben de militair-rechterlijke organisatie in zeer sterke mate vastgeknoopt aan een goede uitoefening van het tuchtrecht, en nu wil ik aanstonds verklaren, dat ik op een heel anderen grondslag sta dan die heeren en het daarom moeilijk zal zijn hun betoog punt voor punt te volgen. Om hen volkomen te beantwoorden, zou het noodig zijn om in den breede het verschil tusschen straf- en tuchtrecht uiteen te zetten, en ik geloof niet, dat het hier daarvoor de plaats is. Maar dit mag ik toch wel zeggen, dat wanneer men niet zegt: straf- en tuchtrecht zijn hetzelfde, men niet behoeft te komen tot de conclusie, dat de militaire rechtspleging noodig is voor de goede handhaving van dé" itucht en men ook in andere opzichten tot heel andere conclusies moet komen dan die heeren van morgen

Sluiten