Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraak anders zijn geweest. Maar wanneer Mr. Van Slooten zoo triomfantelijk in zijn prae-advies uitroept, dat er wel geen onschuldigen zullen zijn veroordeeld, mag ik toch, afgescheiderrvan het natuurlijk zeer enkele geval, waarvan ik het tegendeel weet, wel daartegen aanvoeren, dat er tusschen de veroordeeling van een onschuldige en een goede rechtspraak nog nuances zijn, en dat een vonnis ook niet goed is, wanneer aan een schuldige twee maanden worden gegeven in plaats van drie of drie in plaats van twee.

En ik geloof zeker, dat het in verreweg de meeste gevallen den krijgsraad heeft ontbroken aan behoorlijke gegevens om over 'de strafmaat te beslissen.

Waar ik van het voor-onderzoek heb gesproken, had ik niet het oog op de marine. De overste de Wijs heeft gevraagd, of onder die 12000 zaken ook de ina rine-zaken • zijn begrepen. Ik meen dat uit mijn prae-advies wel blijkt, dat de marine niet bedoeld is, maar ik heb ook verschillende marinezaken onder de oogen gehad en zij vormen wel een klein gedeelte van die 12O00 zaken, waar mijn prae-advies over spreekt; maar mijn indruk is, dat met betrekking tot de militaire justitie hetgeen gebeurt bij de marine zeer ver uitsteekt boven een en ander bij het léger, niet alleen wat betreft de opleiding, maar ook wat betreft de wijze, waarop de zaken worden behandeld en kunnen worden behandeld.

Ik heb er in mijn prae-advies op gewezen, dat ik niet heb willen vellen een oordeel over de vraag of zij, die in deze jaren iets hebben gedaan met betrekking tot de militaire justitie,: zich behoorlijk van hun taak hebben gekweten. Dit zou niet de moeite waard zijn daarover een geheelen dag te spreken. Mijn mede-prae-adviseur heeft zich daarin alleen verdiept ten opzichte der advocaten en noemt eenige gevallen, waarin die hun taak hebben opgevat, op eene meer dan schandelijke wijze. Als er personen zijn, die hun taak niet goed hebben verricht, zal het niet moeilijk zijn maatregelen tegen hen te nemen, en het was m. i. dan ook beter geweest, wanneer Mr. van Slooten zich tot den competentèn Raad van Toezicht had gewend dan deze feiten aan deze vergadering voor te leggen, voor wie ze van geen belang zijn; hier gaat het immers om de vraag of de organisatie belet of belemmert, dat men zijn taak zoo volvoert als noodig is. Ik stel er prijs op te verklaren, dat ik de grootste waardeering heb voor het werk, dat in het algemeen door de militaire justitie is gedaan, en men moet vooral niet denken dat ik, niet wat men mijn pessimisme heeft genoemd, heb willen te kennen geven een pessimisme ten opzichte van de bereidwilligheid en de werkkracht van al die personen, die met de militaire justitie annex zijn geweest.

Integendeel, ik ben zeer optimistisch gestemd ten aanzien van het feit, dat er nog zooveel personen in Nederland zijn gevonden, die met' de ledige gereedschapskist van onze militaire organisatie nog zooveel hebben tot stand gebracht. Ik kan dan ook volstrek niet medegaan met een der sprekers, die het heeft willen voorstellen, alsof het zoekraken van dossiers, het te lang vasthouden van ge-

Sluiten