Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

retouchewerk, d. i. minderwaardig werk. Wanneer ik hier spreek van motiveering, bedoel ik natuurlijk niet het herhalen van de opgaven van beklaagden en van getuigenverklaringen; mijnentwege kan men volstaan met te zeggen b.v.: uit de verklaringen van Jansen en Pietersen is gebleken, dat beklaagde het voorwerp heeft weggenomen, omdat — en dan de conclusie, die de rechter uit die verklaringen trekt. Maar wel zou ik den gedachtengang van den rechter in zijn geheel in het vonnis willen terugvinden.

Wat betreft de opmerking over het verplaatsen van den krijgsraad en over het voordeel, dat de approbatie in dezen tijd heeft opgeleverd, ik wil die opmerking gaarne onderschrijven. Ik geloof, dat met het verleenen van het recht aan de krijgsraden om zich te verplaatsen een groote verbetering tot stand gebracht zou zijn en ik ben er zeer sterk van overtuigd, dat de approbatie in de laatste jaren buitengewoon veel goeds heeft gedaan.

Men heeft van verschillende kanten er op aangedrongen om op de vraag, in hoever onze militair-rechterlijke organisatie voldaan heeft, met een bepaald antwoord te antwoorden. Ik zou dat niet gaarne durven doen. Ik wil wel zeggen, dat mijn indruk in het algemeen niet is. dat die militair-rechterlijke organisatie bijzonder goed voldaan heeft. Ik geloof niet, dat men met groote voldoening mag terugzien op wat gebeurd is. Wel mag men met voldoening er op terugzien, dat het niet veel erger geweest is.

De heer van Slooten vergelijkt de militair-rechterlijke organisatie met een brug die onder een zwaren last niet bezwijkt en zegt: die brug heeft bewezen deugdelijk te zijn. Ik zou daartegen willen zeggen: wanneer men over zoo'n brug, die juist daarop berekend is, een zwaren trein laat rijden en de brug breekt wel niet, maar zij zakt door en de trein gaat zoo scheef hangen, dat de wagens bijna omvallen, dan kan men niet zeggen dat de brug in alle opzichten voldaan heeft. De algemeene" indruk, zal dan wel zijn, dat het geen eerste klas brug is en dat er noodzakelijk eenige verbetering moet worden aangebracht, opdat zoo iets niet meer geschiedt. En hetzelfde gevoelen zullen wij, hoop ik, hebben met betrekking tot de militairrechterlijke organisatie in den mobilisatietijd.

Ik zou willen eindigen met datgene waarmede de drie of vier laatste sprekers geëindigd zijn en waarmede ik in deze vergadering mede mag eindigen — en ik volg daarbij het voorbeeld van een ouden Romein —: dat hoe eerder hoe beter deze militair-rechterlijke wetgeving vernietigd moge worden.

De Vooezittee:

Alvorens deze bijeenkomst te sluiten zeg ik dank aan desprekers die aan het debat 'deelgenomen hehben en in het bijzonder ook aan de heeren prae-adviseurs.

Ik meen te mogen constateeren, dat, m.i. althans, deze dag in elk opzicht een geslaagde dag i* geweest.

Sluiten