Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouwen weeshuis, ingericht en geschikt Voor dertig kinderen. Door vergelijking van het aantal weezen in het Buitenland meende de Commissie op ongeveer dit getal nagelaten kinderen van minvermogende Vrijmetselaren te moeten rekenen.

De Heer G. Brouwer, architect van het gebouw der Orde, de ontwerpeien teekenaar der plannen, had eene begrooting ingediend ten bedrage van ongeveer ƒ 46000. De kosten van aanleg en bouwen meende de Commissie te kunnen vinden uit de eene helft van het legaat Gosseun, uit de te verwachten vrijwillige bijdragen en, zoo die onvoldoende waren, uit de opbrengst van te houden loterijen en geldleeningen, in aandeelen van ƒ 100.

De kosten van het onderhoud zouden worden gevonden uit de renten van het bestaande Liefdefonds, van het Maconnicke Fonds voor Leidens ongelukkigen '), van de in 1864 en 1865 ingekomen vrijwillige bijdragen, van te wachten giften en legaten, jaarlijksche bijdragen van Loges en Leden, inzamelingen in de Loges en de bijdragen tot nu toe opgebracht voor het Liefdefonds.

Cijfers gaf deze commissie niet, meenende dat deze moesten gegeven worden door hen, die later met de uitvoering der plannen zouden worden belast.

Verder werd medegedeeld, dat de Commissie aan den Hoog Eerwaarde den wensch te kennen had gegeven, dat het Hem mocht behagen het Beschermheerschap te aanvaarden over het gesticht en daaraan den naam te verleenen van Louisa-Stichting, daarbij wijzende op de Augusta-Stichting te Berlijn, ook een Maconniek weeshuis, zoo genoemd naar de Gemalin van Z. M. den Koning van Pruisen, Br. Wilhelm.

De Hoog Eerwaarde gaf aan de Commissie de verzekering, dat hij gaarne het Beschermheerschap aanvaardde over de op te richten Stichting, wanneer dit verzoek bij de Broederschap weerklank vond en ondersteund werd, terwijl hij geene bedenkingen had aan dit instituut den naam «Louisa-Stichting» te geven, daar hij niet twijfelde of ook zijne Gemalin zou ter gelegener tijd gaarne daarvoor hare toestemming geven.

Deze uiteenzetting der plannen, die aan alle Loges werd toegezonden , bevatte tevens vele bepalingen, die nu nog, meer of min gewijzigd, in de Statuten voorkomen.

Prins Frederik toonde zich ten zeerste ingenomen met de ontworpen

1) Bij de ramp van Leiden was eene som van ƒ 13032 verzameld in de Loges lot leniging der ramp. Bij Resolutie van het Groot-Oosten van 21 Juni 1809 waren die gelden belegd in Hollandsche Schuldbrieven, met het bepaalde doel om daaruit blinde kinderen of andere ongelukkige kinderen van Broeders te steunen. In overeenstemming met deze beschikking gingen deze gelden later aan de Louisa-Stichting over op voorstel van het Hoofdbestuur der Orde.

Sluiten