Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heer J. J. F. Noordziek hield eene toespraak, waarin hij naging op welke wijze de Louisa-Stichting was tot stand gekomen.

Onder orgelmuziek werden in eene korte pauze eerst de directeur en directrice daarna ook de kinderen binnen geleid en aan den Beschermheer voorgesteld, waarbij de Heer Noordziek verklaarde, dat Regenten de zorg voor deze kinderen op zich namen en de belofte uitsprak, dat zij noch hunne opvolgers het vertrouwen in hen gesteld zouden beschamen.

De Heer Veeger hierna het woord verkrijgende, legde de verklaring af, dat hij en zijne echtgenoote zich gelukkig achten als directeur en directrice werkzaam te kunnen zijn, daarbij aan de Broederschap de verzekering gevende, dat zij al hunne krachten zouden wijden aan het welzijn der pupillen.

De Grootmeester richtte nu eenige woorden tot elk der kinderen in het bijzonder vervolgens tot Directeur en Directrice, aan wier zorg hij de kinderen opdroeg en het vertrouwen uitsprak dat beiden zouden beantwoorden aan de verwachting, die de Orde.van hen koesterde.

De Heer Noordziek verkreeg nu weer het woord. Hij dankte den Koninklijken Beschermheer voor al hetgeen deze deed voor de Louisa-Stichting, terwijl Zijne geƫerbiedigde gemalin lof en hulde werd gebracht voor de welwillendheid, waarmede zij toestond, dat Haar naam aan de Stichting werd verbonden.

Ook aan het Dagelijksch Bestuur der Gemeente 's-Gravenhage werd dank gezegd voor Zijne tegenwoordigheid; de jonge instelling werd aanbevolen in de belangstelling der overheden.

Den vertegenwoordigers van Mac. lichamen werd verzocht mededeelmg te doen van de inwijding der Louisa-Stichting en die aan te bevelen in de Loges die zij vertegenwoordigden.

Namens den Grootmeester verklaarde toen de Voorzitter van het College van Regenten de Louisa-Stichting, staande onder Beschermheerschap van Z K H Prins Frederik der Nederlanden, te zijn geopend en ingewijd.

Nadat de Beschermheer Zijne voldoening had te kennen gegeven over hetgeen hij had gehoord en gezien, en Zijnen dank had betuigd aan de Broeders, die zooveel hadden gedaan om de inrichting in het leven te roepen, sprak hij namens Zijne gemalin, die tot haar leedwezen verhinderd was aanwezig te zijn Zijne beste wenschen uit voor den bloei en het welzijn der Stichting.

De Heer Gevers Deynoot, burgemeester der Gemeente, verzekerde, dat het Gemeentebestuur trotsch was op het verrijzen van deze instelling m de Residentie en dat het steeds bereid gevonden zou worden hulp en bijstand te verleenen, wanneer dit noodig mocht zijn.

Alle aanwezigen teekenden vervolgens de volgende oorkonde:

Sluiten